AA | Grafisch
Nederlands | Frysk | English

Register stemgerechtigden 1824

Inleiding en verantwoording

Het register van stemgerechtigden bevat namen van:
Leeuwarder mannelijke ingezetenen van 1824, exclusief gealimenteerden, vanaf de leeftijd van 23 jaar;
dan wel vanaf de leeftijd van 18 jaar, wanneer redelijkerwijs mocht worden verwacht dat deze minderjarigen bij het bereiken van meerderjarigheid aan de gestelde eisen voor het stem- c.q. kiesrecht, vervat in het reglement van bestuur, zouden voldoen; of dat deze minderjarigen reeds op het moment van inschrijving voldoende belasting betaalden om het stem- c.q. kiesrecht over te dragen aan hun vaders die niet voldeden aan alle voor het stemrecht gestelde eisen;
dan wel vrouwelijke ingezetenen, welke het stem-, c.q. kiesrecht op grond van de door hen betaalde belastingsom overdroegen aan hun meerderjarige zonen of echtgenoten die niet aan de gestelde eis van ¦ 20,-- of meer belastingbijdrage voldeden, doch wel aan alle andere gestelde eisen.

N.B. Aangevuld met in bovengenoemd register ontbrekende personen (w.o. gealimenteerden, ongehuwde vrouwen en weduwen) en beroepen, geschatte huurwaarden en huiseigenaren uit de Kohieren van het Stratenfonds en de Kohieren van de Lantaarn-, Brandspuit- en Nachtwachtgelden van de jaren 1824 en 1825.

De ruggengraat van deze ingang wordt gevormd door het "Register der Ingezetenen der Stad Leeuwarden, tevens bevattende de personen, die overeenkomstig Art. 2 en 23 van het Reglement voor het Bestuur der Stad Leeuwarden, gearresteerd bij ’s Konings besluit van den 5 Januarij 1824, No.50, bevoegd zijn tot de uitoefening van het Stemregt en om tot Kiezers te kunnen worden benoemd". (Archief Gemeentebestuur 1811-1850, inv.nr. 498).

De registratie van de Leeuwarder ingezetenen heeft per wijk in de periode van 25 september t/m 9 november 1824 plaatsgevonden:

25 sep. 1824 - 28 sep. 1824 Wijk A - huisnos. 1-288.
28 sep. 1824 - 29 sep. 1824 Wijk B - huisnos. 1-219.
30 sep. 1824 - 1 okt. 1824 Wijk C - huisnos. 1-300.
6 okt. 1824 - 9 okt. 1824 Wijk D - huisnos. 4-179.
8 okt. 1824 - 14 okt. 1824 Wijk E - huisnos. 1-417.
25 okt. 1824 - 28 okt. 1824 Wijk F - huisnos. 1-404.
28 okt. 1824 - 6 nov. 1824 Wijk G - huisnos. 2-243.
1 nov. 1824 - 2 nov. 1824 Wijk H - huisnos. 1-129.
3 nov. 1824 - 5 nov. 1824 Wijk I - huisnos. 1-345.
6 nov. 1824 - 9 nov. 1824 Wijk K - huisnos. 1-331.
28 sep. 1824 - 6 okt. 1824 Wijk L - huisnos. 2-276.
29 sep. 1824 - 8 okt. 1824 Wijk M - huisnos. 1-275.
6 okt. 1824 Wijk N - huisnos. 1-127.
7 okt. 1824 Wijk O - huisnos. 1-42.
9 okt. 1824 Wijk P - huisnos. 1-45.

Tot 24 okt. 1850 werden nog nieuwe ingezetenen ingeschreven die aan de gestelde eisen voor het Stemrecht voldeden, veelal door eigen aangifte.

Bij de aanleg van het register werden in principe alle mannelijke ingezetenen ouder dan 22 jaar ingeschreven (hoewel wat de leeftijd aangaat, op grond van art. 7 van het Reglement van Bestuur toch ook wel jongere personen - vanaf 18 jaar en ouder - worden vermeld). Doch gegeven het feit dat vele mannelijke bewoners van (onder)verhuurde "kamers" op één woonadres niet in het Register van Stemgerechtigden worden genoemd, lijkt er veelal een uitzondering te zijn gemaakt voor de geringste werklieden en zij die werden gealimenteerd door de diverse instellingen van armenzorg. Wel werden ook weduwen uit de gegoede burgerij ingeschreven, die zich beriepen op hetzelfde artikel in bovengenoemd Reglement van Bestuur, dat hen in staat stelde het stemrecht of kiezerschap op grond van de door hen betaalde belastingsom over te dragen aan hun meerderjarige zonen of niet gekwalificeerde echtgenoten. Van de mannelijke ingeschrevenen werden vermeld het woonadres (wijkletter + huisnummer), naam en voornamen, ouderdom op de datum van inschrijving, het aantal jaren dat men reeds in Leeuwarden woonachtig was, het bedrag dat betaald werd in de Verponding en verdere beschreven Rijksmiddelen, uitgezonderd het Patentrecht, of men wel of niet aan de Nationale Militie had voldaan (niet opgenomen in deze ingang op het register) en de datum van inschrijving in het register (alleen het jaar van inschrijving is vermeld in de ingang).

In de kolom aanmerkingen werd aangegeven of iemand, die aanvankelijk wel voldeed aan de gestelde eisen voor het stemrecht, onder het bodembedrag van ¦ 20,-- bijdrage in de Verponding en Rijksmiddelen was gezakt, en derhalve zijn stemrecht was kwijtgeraakt. Vaak is de oorspronkelijke belastingsom veranderd in een nieuw bedrag. In verreweg de meeste gevallen is het oorspronkelijke bedrag nog duidelijk herkenbaar, wat echter niet wegneemt dat er toch nog enkele vraagtekens overbleven daar waar dermate rigoreus is gekrast en geknoeid, waardoor deze bedragen niet meer konden worden achterhaald. In deze twijfelgevallen is een vraagteken achter het bedrag geplaatst. Verder werd aangegeven of het adres van de persoon in kwestie was gewijzigd, dan wel of hij was overleden of de stad had verlaten. Of dit laatste consequent is gebeurd is niet geheel zeker. Zie voor het complete Reglemement van Bestuur inv. nr. 454 van het Secretariearchief 1811-1851.

Vanwege de onvolledigheid van dit register, met name m.b.t. de vrouwelijke (beroeps)bevolking en gealimenteerden, is gepoogd door aanvulling uit diverse andere omslagkohieren ontbrekende adressen, personen en andere relevante gegevens aan deze nadere toegang toe te voegen, om de mogelijkheden van een sociale stratificatie van Leeuwarden rond 1825 niet onbenut te laten. Zo zijn van de kohieren van het Stratenfonds, aangelegd in 1819, om het op grote schaal bestraten van de stad en het onderhoud daarna te kunnen bekostigen, de hoofdkohieren van 1824 en 1825 en de twee supplementkohiertjes over dezelfde jaren, die de eigenaren van de percelen vermelden welke waren gelegen in stegen en achterbuurten, benut om de huiseigenaren toe te voegen. Een lacune echter vormen de percelen welke in onbestrate gedeelten der stad waren gelegen (woninkjes in gloppen en steegjes en achterwoningen aan binnenplaatsen en binnentuinen etc.), alsmede die, welke in de buitenbuurten (Vliet, Camstraburen, Oldegalileën, Stadsbuitensingel, Achter de Hoven) waren gelegen. Dit nadeel kon niet door raadpleging van andere kohieren worden gecompenseerd.

Verder wordt in de Stratenfondskohieren de aard van het betreffende perceel vermeld (woning, pakhuis, stokerij, zeepziederij, etc.), alsmede de lengte (in Ned. ellen) die het perceel langs de openbare straat inneemt. Voor wat betreft de geschatte huurwaarde van de percelen, alsmede de in het Register van Stemgerechtigden ontbrekende personen (voornamelijk niet gekwalificeerden voor het Stemrecht) en niet in het Register van Stemgerechtigden vermelde beroepen is teruggegrepen naar de kohieren voor de Lantaarn-, Brandspuit- en Nachtwachtgelden van de jaren 1824 en 1825. De recapitulatie van beide kohieren vond plaats op resp. 20 december 1824 en 22 november 1825, en zullen derhalve in de daaraan voorafgaande weken zijn opgemaakt. Dit moge een verklaring vormen voor het feit dat de ene keer het kohier van 1824 en dan weer het kohier van 1825 overeenkomt met de bewoningstoestand zoals weergegeven in het Register van Stemgerechtigden. Ook worden in het Register van Stemgerechtigden wel personen op een bepaald adres vermeld, dat met geen van de beide LBN-kohieren overeenkomt. Mocht een persoon uit laatstgenoemde kohieren zijn toegevoegd, dan is het adres gemerkt met een asterisk (

*

), en duidt het inschrijvingsjaar op het jaar waarin de persoon in dat kohier op vermeld adres is aangetroffen. Ten overvloede misschien is in zo’n geval tevens in de kolom opmerkingen aangegeven of de persoon in het LBN-kohier is aangetroffen in 1824, 1825 of in beide jaren. Ook een toegevoegd beroep is gemerkt met een asterisk.

Voor wat betreft de geschatte huurwaarde van de percelen, kennen de LBN-kohieren uit de betreffende jaren hetzelfde nadeel als de kohieren van het Stratenfonds: wederom worden de buitenbuurten niet vermeld! Dit nadeel kon echter worden ondervangen door raadpleging van het LBN-kohier van 1819, dat wel tegemoet komt aan de gewenste volledigheid. Vergelijking van reeds bekende huurwaarden in de binnenstad heeft aangetoond dat er tussen 1819 en 1824/25 geen hertaxatie van de huurwaarde heeft plaatsgevonden en dat derhalve door toevoeging uit een ouder kohier het plaatje van 1824/25 niet zou kunnen worden verstoord. Verder verdient het aanbeveling om ter vergelijking en aanvulling, bronnen als patentregisters, volkstellingsregisters uit 1829 en 1839, kadastrale leggers (vanaf 1832), etc. te raadplegen. Vanaf 1832 worden in de LBN-kohieren, indien een perceel meerdere gezinnen herbergde, de geschatte totaalhuurwaarden van percelen uitgesplitst in tiendedelen per gezinshoofd, zodat het geflatteerde beeld uit de voorafgaande jaren, waarin een simpele arbeider soms een huurprijs van meer dan honderd gulden leek te moeten betalen, meer wordt genuanceerd. Ook werden naast de LBN-kohieren registertjes van oninbare posten aangelegd (1817-1834), waarin tevens de reden van het in gebreke blijven werd vermeld: armoede, gealimenteerd worden, geen huisraad bezitten, etc. Helaas zijn de deeltjes over de jaren 1824 en 1825 niet bewaard gebleven, doch in veel gevallen zullen de deeltjes uit 1823 en 1826 nog overeenkomen met de bewoningstoestand van 1824/25.

Het verenigen van gegevens uit omslagkohieren van verschillende signatuur in één index kent naast het voordeel dat daardoor de totale beroepsbevolking in een breder perspectief kan worden beschouwd, ook het nadeel dat de weergave van de bevolking in ieder kohier slechts een momentopname is. Hierdoor is het onvermijdelijk dat personen dubbel, met soms een verbasterde familienaam, worden vermeld op meerdere adressen.

Enige relevante artikelen uit het Reglement van Bestuur zijn o.a.:

"(art. 2) Voor stemgeregtigden worden gehouden zij, die ten minste gedurende het laatst verloopene jaar ingezetenen der stad, of van derzelver grondgebied geweest, en nog werkelijk op het oogenblik zelve ingezetenen daarvan zijnde, den ouderdom van 23 jaren hebben vervuld, jaarlijks in de verponding, en verdere beschrevene Rijksmiddelen, buiten het patentregt, betalen niet beneden de twintig guldens, aan de wettelijke verpligtingen aangaande de nationale militie, naar aanleiding der grondwet op hun gelegd, tot op het oogenblik toe hebben voldaan, en niet vallen in de termen van uitsluiting, bij het volgende artikel bepaald.

(art. 3) Van de uitoefening van het stemregt zijn uitgesloten zij, die in dienst zijn, of pensioen genieten van eenige vreemde Mogendheid, buiten autorisatie des Konings; die zich in staat van geregtelijke interdictie bevinden, als mede die, aan welken geregtelijk een raadsman is toegevoegd; die in staat van faillissement zijn; die cessie van hunne goederen gedaan hebben; die een crimineel vonnis hebben ondergaan, door geene nadere uitspraak of beslissing krachteloos gemaakt; die ten tijde van de stem-opening nog in staat van criminele beschuldiging zijn.

(art. 7) Zij, welke gehuwd zijn, het zij in gemeenschap van goederen, of daar buiten, met vrouwen, die de bepaalde somme in de bovengemelde belastingen opbrengen, zullen, ofschoon ter zake van hunnen eigen aanslag niet bevoegd, niettemin ter uitoefening van het stemregt worden toegelaten, wanneer zij de overige vereischten in zich vereenigen; zoo als ook de vader van een minderjarig kind, hetwelk de bepaalde somme in de belastingen opbrengt, wanneer hij uit eigen aanslag niet reeds tot het stemregt mogt bevoegd zijn, tot de uitoefening van hetzelve zal toegelaten worden, indien hij de overige vereischten bezit, hetgeen even zeer het geval zal zijn ten opzigte van een meerderjarigen zoon, of eenen der meerderjarige zoons van eene moeder weduwe, welke zich in gelijk geval bevinden mogt.

(art. 8) Zoodanige moeders-weduwen, welke verlangen zouden, dat die uitoefening geschiede, zullen verpligt zijn den genen van derzelver zoons, door wien zij, bij voorkomende gelegenheden, de uitoefening tot wederopzeggings toe begeeren verrigt te hebben, aan het stedelijk Bestuur kenbaar te maken, om daarvan de noodige aanteekening te kunnen houden tot narigt; terwijl het voorschreven Bestuur de moeders-weduwen, voor zoo verre die aan hetzelve mogen bekend zijn, of door hetzelve ondersteld worden in de termen te dezen te verkeeren, met de vorenstaande bepaling zal bekend maken.

(art. 9) Het zal onverschillig zijn, of de opgegevene zoon gehuwd, of ongehuwd is, en al, of niet, bij de moeder inwone, mits hij, den ouderdom van 23 jaren vervuld hebbe, en alle verdere vereischten (dat omtrent de belastingsbetaling alleen uitgezonderd) in de stemgeregtigden gevorderd wordende, bezitte, voor zoo verre hij namelijk niet reeds uit eigen hoofde het stemregt uitoefent, daar er door eenen persoon niet meer dan eene stem kan worden uitgebragt.

(art. 23) Niemand kan binnen de stad kiezer zijn, ten zij hij den ouderdom van 25 jaren heeft vervuld, binnen het Rijk of deszelfs koloniën geboren is, of brieven van naturalisatie bekomen heeft, of wel bij wetduiding voor een inboorling der stad, of met eene burger dochter gehuwd zijnde, gedurende de laatste drie jaren, en voor een inboorling van het Rijk of genaturaliseerden, gedurende de laatste zes jaren, stads ingezeten is geweest (zonder dat echter afwezendheid ten gevolge van bedieningen, door of van wege den Koning opgedragen, in deze hinderlijk zal kunnen zijn), en voorts jaarlijks in de verponding en verdere beschrevene Rijksmidddelen, buiten het patentrecht, op den voet der stemgeregtigden betaalt eene som van ten minste vijftig guldens.

Tot kiezers zullen daarenboven niet kunnen worden benoemd zij, die van eenig ambt, post, of bediening, door den Koning mogten zijn ontzet, of wel ontslagen, anders, dan met vermelding, dat zoodanig ontslag op hun verzoek, of honorabel is gegeven, zoo lang zij door den Koning van de onbevoegdheid, om benoemd te worden, niet zullen zijn ontheven.

Ook zal tot kiezer niet kunnen benoemd worden hij, die aan eenen reeds benoemden kiezer in den eersten of tweeden graad van bloedverwantschap, of zwagerschap bestaat. Twee personen, zich zoodanig bestaande, te gelijker tijd wordende benoemd, zal het lot tussche hun beslissen; terwijl voorts de bepalingen van art.48, 49 en 50 ook in deze zullen toepasselijk zijn."

Terug

 



RECHTSTREEKS NAAR: