Afscheidspeech Jan Folkerts, 26 juni 2008
Afscheid nemen is een beetje dood gaan. Ik weet dat het een verschrikkelijke gemeenplaats is, maar echt, ik kan u verzekeren: het is waar. Had je maar niet moeten solliciteren, zegt u dan misschien. Ja, kan wel zijn, maar in die vreemde fase tussen het moment dat ik aankondigde te zullen vertrekken en het moment dat ik echt begin: straks op 5 augustus, na de vakantie; tussen die momenten zit een rare schemerzone waarin je je langzaam maar zeker onthecht gaat voelen, onthecht, maar ook een beetje ontheemd.
De geografische afstand tussen Leeuwarden en Wommels is 22 kilometer, maar hoe groot de mentale afstand is tussen deze twee plaatsen heb ik nog niet kunnen peilen.
De periode Leeuwarden: 1 juli 2000 tot nu, is voor mij een geweldige tijd geweest. Ik ga hier niet alle wapenfeiten opsommen, want de meeste aanwezigen hebben er wel het nodige van meegekregen.
Eén ding wil ik er toch van zeggen. Je hoort wel eens: het gebouw is nu af, dus jij hebt nu een nieuwe uitdaging nodig zeker, ook zo'n akelig modewoord ‘uitdaging'. En als ik dan aarzelend een antwoord probeer te formuleren denk ik tegelijkertijd: maar dáár ging het toch niet echt om, om dat gebouw? Natuurlijk ben ik er trots op dat we hier nu in een mooi nieuw gebouw zitten. Maar uiteindelijk is dat slechts een hoop stenen en glas en vierkante meters. Sorry Hemmo.
In 2000 kwam ik hier niet voor een nieuw gebouw, maar voor een gemeentelijke archiefdienst die een moeilijke tijd achter de rug had. Mijn doel was een krachtige zelfbewuste culturele instelling in Leeuwarden neer te zetten, in het belang van bestuur en inwoners.
We hebben ons daarbij niet van de gemeente afgekeerd, maar hebben de banden zelfs aangehaald, tot we in 2005 zelfs samen met documentaire informatie de nieuwe sector informatiebeheer gingen vormen. En de culturele poot werd door formatie-uitbreiding versterkt, met het Pier Pander Museum en met het beheer van de gemeentelijke kunst.
Nu, in 2008, staat het nieuwe HCL er als een sterke culturele instelling, hecht verankerd in de Leeuwarder samenleving en op de allermooiste plek van de stad, temidden van een groot aantal andere culturele instellingen en aan de rand van ons mooie stadspark de Prinsentuin.
En wat was dan het mooiste aan acht jaar Leeuwarden? Dat was het werken met een ploeg gedreven collega's, die altijd klaar stonden. Dankzij die collega's hebben wij vorig jaar bijna onopgemerkt het huzarenstukje kunnen uithalen door onze openingstijden te verschuiven naar de zaterdag en zondag, zonder het gemeentebestuur om extra personeel of extra geld te vragen. Zoiets kan alleen met een groep medewerkers die hart hebben voor hun werk. Als ik dus ergens trots op ben, is het vooral op die collega's.
Binnen de gemeentelijke organisatie zullen sommigen mij misschien wel eens al lastig en kritisch hebben ervaren. Ik stond algemeen bekend als een tegenstander van overtollige bureaucratie en van een te grote afstand tussen beleid en uitvoering. Het is daarom niet van ironie gespeend dat ik zelf nu in een positie terecht kom bij een andere gemeente als eindverantwoordelijke voor het ambtelijk apparaat en nu aan den lijve mag ervaren hoe smal of hoe breed de marges eigenlijk zijn. En of het soms ook anders kan. U hoort al aan mijn voorzichtige toonzetting, dat mij enige bescheidenheid vooralsnog op zijn plaats lijkt.
Als ik door de stad loop merk ik hoezeer ik een deel van Leeuwarden ben geworden in die acht jaar en hoeveel mensen ik in de loop van die tijd heb leren kennen. Ik heb me hier steeds zeer welkom gevoeld. Ernstig is natuurlijk mijn verzuim geweest om Liwwadders te leren. Misschien een functie-eis voor mijn opvolger? Maar waar bemoei ik me mee!
Ik wil graag iedereen bedanken voor de plezierige samenwerking, de steun, de ideeën, kritiek, lof, humor, relativeringsvermogen, het vertrouwen vooral ook. Het is levensgevaarlijk om iedereen te gaan opnoemen, want ik ben veel te bang dat ik iemand vergeet.
Heel veel heb ik gehad aan mijn politieke en ambtelijke bazen, en in het bijzonder aan Arno Brok, Tom van Mourik, Yvonne Bleize en Jannewietske de Vries. Ik dank ook de collega's van de andere culturele instellingen in de stad voor de samenwerking, die steeds meer vruchten lijkt af te werpen. En natuurlijk de historische vereniging Aed Levwerd, onze eigen vrijwilligers, de collega-leidinggevenden in de gemeente Leeuwarden en de vele, vele andere mensen met wie ik in de loop van de tijd te maken had, zoals individuele bezoekers, archiefeigenaren, historici, kunsthistorici, archeologen, uitgevers, vormgevers en andere bedrijven. En niet te vergeten de mensen van de nieuwbouw: Hemmo Groen en de vele andere betrokkenen die dit gebouw tot stand hebben gebracht. Als ik tot slot nog één naam mag noemen van een collega waaraan ik in die acht jaar ongelooflijk veel te danken heb gehad dan is dat Klaas Zandberg, steun en toeverlaat bij het HCL. Zonder Klaas komt er heel weinig tot stand in historisch Leeuwarden!
Beste mensen, ik ga naar Littenseradiel, en dat is niet alleen een zeer fraai stuk van de Friese greiden, het is ook heel erg dichtbij. De gemeenteraad van Littenseradiel heeft afgelopen maandag gekozen voor blijvende zelfstandigheid. Het is een kleine, maar goed draaiende gemeente die trots is op zijn kleinschaligheid. Er valt natuurlijk met ons in Wommels best te praten over een fusie met Leeuwarden, maar dan wel onder de voorwaarde dat Wommels de hoofdplaats wordt...
Wie de Zwette oversteekt tussen Wytgaard en Weidum is al in Littenseradiel en ook dorpen dicht onder Leeuwarden zoals Bears en Jellum horen er bij. Ik ben dus de wereld niet uit, en voor de cultuur zijn wij buiten de Freule in Wommels, it fierljeppen in Winsum en it iepenloftspul fan Jorwerd toch behoorlijk op Leeuwarden aangewezen. We zien elkaar dus hopelijk nog vaak. Allemaal erg bedankt voor de goede wensen en ik wens iedereen een plezierige vakantietijd en nu nog een heel prettige neisit.
Terug