Archeologisch onderzoek rondom de Oldehove
Krantenartikelen over de opgravingen, 2000-2006
NB: door deze gehele site treft u aan de linkerzijde foto's van opgravingen en archeologisch onderzoek rondom de Oldehove. Klik op één van de foto's voor een uitvergroting
Leeuwarder Courant, 13 februari 2006
door: Ger Bosklopper
Al maandenlang speuren archeologen in de bouwput voor de parkeergarage aan de voet van de Oldehove in Leeuwarden naar het verleden. Zaterdag mochten zes groepen van twintig geïnteresseerden de put in onder leiding van archeoloog Jan Willem Oudhof. En, wie weet, vind je zelf toevallig nog iets leuks.
Leeuwarden - De detector die Karin van der Woude ooit had willen aanschaffen om in historische grond te gaan zoeken, blijkt overbodig. Zaterdagochtend, bij de rondleiding in de bouwput aan de voet van de Oldehove in Leeuwarden vindt ze zomaar een handvol scherven aardewerk.
"Romeinse tijd. Eerste of tweede eeuw na Christus", stelt archeoloog en rondleider Jan Willem Oudhof vast. "Inheems aardewerk." "Gaaf", vindt Van der Woude, die werkt bij het Leeuwarder gemeentearchief en dagelijks met zaken uit het verleden omgaat. Thuis zal ze de scherven zorgvuldig met water reinigen en in een kast opbergen. Zekerheidshalve laat ze een foto maken van de vondst.
Luisteren doen de ruim twintig toehoorders heel goed. Maar menigeen vergeet niet om ondertussen ook scherp te kijken naar de bodem. Een Van der Woude blijkt niet de enige gelukkige. Wilmer Roest (14) uit Leeuwarden, leerling van het christelijk gymnasium Beyers Naudé, peutert een menselijk bot uit de kleibodem. Dit gaat mee naar huis: schoonmaken en toevoegen aan de familieverzameling fossielen.
Een andere amateurspeurder heeft pech. Hij toont Oudhof een scherf, met een mooie rand. Iets bijzonders wellicht? De archeoloog aarzelt een moment, draait het voorwerp eens om en geeft het dan terug. "Jaren zeventig, pvc-buis." De vinder reageert laconiek.
Voorwerpen die tijdens de rondleiding worden gevonden, mogen mee naar huis. Oudhof en zijn collega’s hebben de afgelopen maanden al heel veel spullen gevonden. En meer van hetzelfde, daar zitten ze niet op te wachten. "Maar eerst even laten zien", zegt hij vriendelijk. Je weet immers maar nooit.
Oudhof leidt de groep door de put. Uit een wand steekt een deel van een grafkist. "Eind zestiende eeuw." Een enkele nieuwsgierige waagt zich aan een nadere inspectie. "Hij bijt niet, hoor", moedigt hij aan.
Veel belangstelling is er voor de plek waar de archeologen kortgeleden de contouren hebben ontdekt van een boerderij. "Dertig meter lang, zes meter breed", schat Oudhof. Vijftig eikenhouten palen zijn gevonden. Ze zijn nog vrij gaaf en zullen na onderzoek nauwkeurig vertellen wanneer deze boerderij is gebouwd.
"Misschien kunnen we zelfs het jaartal en het jaargetijde aangeven waarin de bomen zijn gekapt." Enkele tientallen oranje prikkertjes markeren de vindplaatsen van de houtresten. "Hier staat u in de woonkamer", wijst Oudhof. Hij draait zich om. "En dáár was de stal."
Schoenen en laarzen van de toehoorders zuigen zich vast in de zompige bodem. Jong en oud glibbert op de smalle hellingen. Een enkeling glijdt uit en beseft dat er thuis werk aan de winkel is voor de wasmachine. Terug naar het toegangshek, waar de volgende groep al klaar staat.
Leeuwarder Courant, 10 februari 2006
Gehoord en Gezien
Een of misschien wel twee grafkisten steken luguber uit de wand in de kuil langs de Boterhoek. Mensen die voor morgen een archeologische rondleiding hebben aangebraagd, mogen het van dichtbij bekijken. Er zitten geen knekels meer in, maar het zestiende-eeuwse eikenhout is nog van goede kwaliteit. De mensen die er in lagen, hebben - bij wijze van spreken - waarschijnlijk de Oldehove nog gebouwd zien worden.
Leeuwarder Courant, 8 februari 2006
RONDLEIDING POPULAIR BIJ WERK ARCHEOLOGEN
Leeuwarden - De opgravingen op het Leeuwarder Oldehoofsterkerkhof trekken grote belangstelling. Voor de rondleidingen van komende zaterdag hebben zich al meer dan honderd mensen aangemeld. Binnenkort worden vondsten van beroepsarcheologen tentoongesteld in het stadskantoor. De onderzoekers moeten hun graafwerk over twee weken afronden.
Het archeologisch onderzoek is op dit moment op zijn grootst. Twee groepen onderzoekers, onder wie enkele vrijwillige amateurs, graven in het gebied waar straks een parkeergarage komt. Ze vonden afgelopen week in de Boterhoek de restanten van een Middeleeuws stenen gebouw, waarvan niemand weet wat het is.
De huisresten uit de Romeinse tijd, die de archeologen vorige maand vonden, liggen op een nog groter oppervlak dan ze al dachten. De muurresten hebben een lengte van zeker 50 meter, zo blijkt nu. "Je moet het vroegere huis niet voorstellen als een bouwwerk van 50 meter. In werkelijkheid zijn het resten van verschillende boerderijen op ongeveer dezelfde plek", zegt Jan-Willem Oudhof van bureau Vestigia. "Zo’n huis bleef namelijk maar een jaar of dertig staan. Dan sloopten de bewoners het om er een nieuwe wonig voor terug te bouwen. Daarbij schoven ze soms een stukje op, waardoor de oppervlakte groter lijkt."
De boerderij stond in die tijd waarschijnlijk alleen op een klein terpje. Mogelijk waren er in de omgeving nog meer kleine verhoginkjes in het landschap.
"Ik weet niet of ik zaterdag bij de rondleiding nog iets van de gebouwresten kan laten zien", zegt Oudhof. De archeologen willen namelijk alweer een laag dieper graven. "Zo werkt dat bij contractarcheologie. Je moet door, want de bouwvakkers willen hier straks aan het werk."
Oudhof blijft aan de slag in Leeuwarden. Hij wordt de nieuwe archeologische medewerker van de gemeente.
Leeuwarder Courant, 5 januari 2006
JAARRINGEN ONDERZOCHT IN RESTEN OUDSTE GEBOUW VAN STAD
Leeuwarden - De jaarringen in de oude houten palen op het Leeuwarder Oldehoofsterkerkhof moeten uitwijzen hoe oud het gebouw is dat hier deze week werd gevonden door archeologen. Zij denken nu aan een huis of schuur uit de tweede of derde eeuw na Christus. Het zou daarmee het oudste bouwwerk in de stad zijn.
De onderzoekers stuitten op zes palen met een doorsnee van ongeveer 20 centimeter. Die vormden waarschijnlijk het dragende deel van de buitenmuren. Ze vonden ook kleinere paaltjes, die op een ingang of tussenmuur kunnen duiden. Sommige zijn van eikenhout, andere van een andere boomsoort.
"Tussen de palen heeft waarschijnlijk vlechtwerk van wilgentenen gezeten. Maar de kans dat we daar iets van terugvinden is heel klein", zegt archeoloog Juke Dijkstra. Dit vlechtwerk was waarschijnlijk aangesmeerd met leem of klei. Het puntdak dat op de houten palen rustte, zou uit stro, hooi of plaggen bestaan kunnen hebben.
"Op veel terpen werd in die tijd graan verbouwd, dus er was vast stro beschikbaar. Het vee liep meestal op de lager gelegen kwelders", zegt Dijkstra. De zaden die in de grond worden gevonden, kunnen later uitwijzen om welke gewassen het toen ging.
Eerder dit jaar kwamen de archeologen op andere plekken in het kerkhof al verkleuringen tegen, die duidden op bouwresten uit de Romeinse tijd. "Maar daar konden we weinig uit afleiden", zegt Dijkstra. De palen die nu gevonden zijn, geven meer informatie, doordat ze in een duidelijk patroon staan. Ze staan ongeveer op de plaats waar eerder de grafkelder van de familie Bouricius werd gevonden, maar op een dieper niveau.
"In Ezinge zijn uit die tijd boerderijen bekend met een duidelijke scheiding van de bewoners en het vee. In Leeuwarden weten we nog niet welke functie het gebouw heeft gehad."
Leeuwarder Courant, 4 januari 2006
PALEN ROMEINSE TIJD IN TERP BIJ OLDEHOVE
Leeuwarden - Archeologen hebben gisteren de resten van een gebouw uit de Romeinse tijd opgegraven op het Leeuwarder Oldehoofsterkerkhof. Het was een pand van houten plaggen of leem. Het dateert waarschijnlijk van de eerste of tweede eeuw na Christus. Volgens de archeologen is de vondst vrij bijzonder.
De onderzoekers kwamen nog gave stukken paal tegen. Het gebouw moet zo’n 3 meter breed zijn geweest. Of het als schuur of woning werd gebruikt is nog niet duidelijk.
In ander Noord-Nederlandse terpen zijn eerder boerderijen gevonden in dezelfde bouwstijl. De beroemde opgravingen in het Groninger dorp Ezinge leverden zelfs gebouwen op van tientallen meters lang uit dezelfde periode.
Uit eerdere opgravingen was al bekend dat er in de Romeinse tijd mensen woonden op de Leeuwarder Oldehoveterp. Zij trokken later weg omdat de zeespiegel steeg. Vanaf de vijfde eeuw werd de terp weer bewoond. Er zijn uit deze vroeg-Middeleeuwse periode opnieuw enkele waterputten en een hutkom gevonden. Die zijn minder zeldzaam.
In de Romeinse tijd konden de bewoners makkelijk aan hout komen, doordat in deze omgeving veel bomen stonden. Later, in de vroege middeleeuwen waren bomen door het natte, kille klimaat zeldzaam. Door gebrek aan hout groeven de Leeuwarders hun huizen toen half uit in de grond en gebruikten ze voornamelijk plaggen om muren mee op te trekken.
Leeuwarder Courant, 10 december 2005
GRAFKELDER BLOOTGELEGD BIJ DE OLDEHOVE
Leeuwarden - Bij het graafwerk op het Oldehoofsterkerkhof in Leeuwarden is deze week een grafkelder tevoorschijn gekomen. Daarin liggen de resten van enkele eikenhouten grafkisten. Het lijkt te gaan om het familiegraf van de Leeuwarder patriciërsfamilie Bouricius. De kelder stamt waarschijnlijk uit de zeventiende eeuw.
Toen de gemeente het oude kerkhof in 1933 liet egaliseren, stuitten de werklieden al op de ruimte, die toen nog met een boogvorm boven de grond uitstak. Hierin lagen vijf grafkisten van dik eikenhout met loden platen.
Het oudste exemplaar was van de Leeuwarder schepen Jacob Bouricius de Oude, die in 1622 overleed. Ook zijn zoon Hector, de baas van de Franeker universiteit en griffier van het Friese hof, lag er begraven. De loden platen werden bij archeologische in 1968 verwijderd.
De kisten die gisteren in de kelder werden aangetroffen lijken sterk op die fan foto’s uit 1933. Er zijn geen menselijke resten meer in aanwezig. Het boogvormige dak is eerder verwijderd en bleek nu afgedekt met een grote betonnen plaat.
"De kelder stond vol water. Blijkbaar kon dat er op geen enkele manier uit", zegt gemeentelijk projectleider Feiko de Boer. De eikenhouten kistplanken zijn nog vrij gaaf.
De kelder en de kisten worden binnenkort verwijderd om ruimte te maken voor een nieuwe parkeergarage. Archeologen willen echter wel voorzichtig te werk gaan uit nieuwsgierigheid naar de bodemlagen hier vlak onder.
Leeuwarder Courant, 20 september 2005
SCHATTEN OLDEHOVE PROOI VOOR AMATEUR-ARCHEOLOGEN
door: Erwin Boers
Het graafwerk op het Oldehoofsterkerkhof heeft het bloed van amateur-archeologen sneller doen stromen. In groten getale stortten ze zich op de afgevoerde grond. Tal van gebruiksvoorwerpen sieren hun trofeeënkasten. Hun beroepscollega’s halen er de schouders over op.
LEEUWARDEN - "De tong hangt me soms op de schoenen. Maar als ik één keer aan het graven ben, ga ik door." Robbie Ferwerda uit Leeuwarden moest worden geopereerd aan zijn overbelaste polsen, zo fanatiek groef hij dit jaar in de grond die is afgevoerd van het Oldehoofsterkerkhof. De hobbyzoeker vond een mantelspeld van meer dan dertienhonderd jaar oud en heeft dozen vol munten, spelden, sieraden en gebruiksvoorwerpen aangetroffen.
Zijn mooiste vondst? "Misschien wel deze limoges", zegt Ferwerda. Hij toont een vrouwenportretje dat mogelijk in een graf is meegegeven. Een antiekkenner die bij hem langskwam, vond de bronzen mantelspeld het mooist. "Het schijnt een zogenaamde Domburg-fibula te zijn uit de zesde of zevende eeuw."
Drie Duitse zilveren munten, een handvol duiten, gokmuntjes, koperen en tinnen lepels en zelfs een paar kanonskogels. Honderden metalen voorwerpen spoorde hij al op. Er zit ook een schaatsijzer bij, een passer en een aardewerkpotje voor kinderen. En een hoop sierlijke pijpenkoppen.
"Het was geen rijke plek. Goud en zilver kwam ik weinig tegen", zegt Ferwerda, die met zijn metaaldetector eindeloos alle plekken afspeurde, waar de grond van het Oldehoofsterkerkhof terechtkomt: langs de Harlingerstraatweg, op bedrijventerrein De Hemrik in Leeuwarden en later ook in Warstiens, Warten en Grou, waar de kaden ermee versterkt worden.
Hoewel alle menselijke resten van voor 1833 dateren, hing er vlak na de uitgraving nog onmiskenbaar een lijkengeur boven de kerkhofgrond. Dijbenen, kapotte schedels en leren schoenzolen van overledenen steken nu nog uit de aarde.
De grootste knekels worden verwijderd voordat de grond hergebruikt wordt, maar kleine botjes, zoals vingerkootjes blijven zitten. Die zijn soms amper te onderscheiden van de talrijke tabakspijpjes. Het zit ook vol met ijzeren nagels en handvatten van de grafkisten. De amateurs worden er gek van. Telkens hopen ze op een muntje en dan blijkt het weer zo’n verdraaide spijker.
Op de bergen zand en klei staan meer amateurs zoals Ferwerda. De meeste betrouwbare mannen hebben net als hij zoekvergunning gekregen van de beroepsarcheologen. "Zij kunnen mijn vondsten altijd komen bekijken." Ferwerda’s antieke mantelspeld is nu opgenomen in de officiële vondstenlijst.
Maar de meeste van zijn ’schatten’ zijn voor de beroepsonderzoekers niet interessant. Zij willen vooral weten hoe lang de terp bewoond is en wanneer de kerkenbouw begon. De oogst van het Oldehoofsterkerkhof valt Ferwerda wel tegen: "Andere plekken in de stad leveren veel meer op. Bij de oude manege op de Arendstuin vond ik laatst drie bijzondere munten. En het liefst zou ik nog eens gaan graven op de Wissesdwinger. Toen ze daar voor de riolering aan het werk waren, heb ik duizenden oude scherven in de grond zien liggen."
Leeuwarder Courant, 20 september 2005
ZOEKERS KIBBELEN, PASSANTEN BEMACHTIGEN SCHEDELS EN BOTTEN
LEEUWARDEN - De massale speurtocht van de amateur-archeologen leidde aanvankelijk tot hoogoplopende ruzies. Zij volgden de bestemmingen van de grond en belandden zo op twee voorlopige opslagplaatsen in Leeuwarden-West en de Hemrik. Ook zochten ze op kades in Grou, Reduzum en Warstiens. De beroepsarcheologen hebben aan de ruzies een einde gemaakt door de meest serieuze amateurs een zoekvergunning te geven.
De gemeente Leeuwarden heeft grondbedrijf Grondnet op de vingers getikt toen kinderen in Reduzum schedels en botten uit de gestorte grond trokken. Die wordt nu beter schoongemaakt, maar er blijven onvermijdelijk menselijke resten in zitten. Passanten hebben schedels en andere botten meegenomen van de verschillende locaties. Er gaan geruchten dat er in gehandeld wordt. De resten zijn gewild als macaber hebbeding. Gave schedels zijn echter zelden gevonden.
Leeuwarder Courant, 12 september 2005
EERSTE NEDERZETTING BIJ OLDEHOVE VAN VOOR JAAR O
Leeuwarden - De geschiedenis van de Friese hoofdstad is vrijwel zeker begonnen op het huidige Oldehoofsterkerkhof. De eerste nederzetting is daar mogelijk al voor onze jaartelling gebouwd. De toenmalige Leeuwarders woonden waarschijnlijk op vrij vlakke grond en begonnen pas later verhogingen op te werpen, zo blijkt uit de opgravingen die archeologen dit jaar hebben verricht op het oostelijk gedeelte van het plein.
Projectleider Jan-Willem Oudhof van bureau Vestigia presenteerde zaterdag tijdens de Open Monumentendag de eerste onderzoeksresultaten van de archeologen. "Er zijn nog discussies over de oudste aardewerkresten die gevonden zijn. Sommige arecheologen denken daarbij aan de Romeinse tijd, maar ze zouden ook uit de late IJzertijd kunnen komen." Als dat klopt, woonden er al mensen op deze plek in de eerste eeuw voor onze jaartelling.
Toen de oudste Leeuwarders meer last kregen van de Middelzee gingen ze hoger wonen. "Waarschijnlijk waren er meerdere boerenfamilies, die elk op een eigen woonheuvel in dit gebied woonden", zegt Oudhof. "Het zag er waarschijnlijk uit zoals de Halligen." Deze Friese eilandjes voor de kust van Denemarken en Duitsland bestaan nog steeds uit boerderijterpen.
Aan het eind van de tweede eeuw stond de waterspiegel zo hoog dat Leeuwarden onbewoonbaar werd. "Vanaf de vijfde eeuw zie je weer bewoning. Maar die was heel anders: je ziet dan dat de bewoners samen één grote heuvel opwerpen." Pas toen was dus sprake van de Oldehoofsterterp.
Leeuwarder Courant, 12 september 2005
LEEUWARDEN LANGE TIJD EENVOUDIG BOERENDORP
Leeuwarden - Leeuwarden was in de vroege Middeleeuwen een eenvoudig boerendorp. Niets wijst op handel of bewoning door rijke landheren. "Leeuwarden is pas een handelsnederzetting geworden aan het eind van de negende eeuw. En dat speelde zich niet af op de Oldehove", zegt projectleider Jan-Willem Oudhof van bureau Vestigia. De handelaren woonden toen op de andere terp, de Nijehove, die zich bevindt bij de Grote Hoogstraat.
Oudhof onderzoekt het Oldehoofsterkerkhof in Leeuwarden op archeologische vondsten. De terpbewoners bouwden zoveel mogelijk met plaggen die ze vlakbij hun woongebied uit de grond staken, weet hij. "Ze konden erg moeilijk aan hout komen. Dat werd dus maar weinig gebruikt."
"We hebben maar weinig spullen gevonden, die je in "Tussen Kunst en Kitsch" zou kunnen tegenkomen. De waardevolle sieraden die we aantroffen, zijn vooral afkomstig uit de Romeinse tijd." Ze zijn waarschijnlijk via ruilhandel in Friesland terechtgekomen. De Romeinen zelf hebben Noord-Nederland nauwelijks bezocht.
De archeologen vonden twaalf mantelspelden (fibula’s), terwijl ook een amateur-archeoloog nog een een exemplaar aantrof. Het gaat meestal om eenvoudige bronzen kledinghaakjes. Er werden ook enkele Romeinse haarspelden en een armband gevonden. Sommige waren van zilver of goud.
De berkenstammetjes die zijn gevonden op de pleik van de vroegere Sint Vituskerk blijken minder oud dan de archeologen hadden gehoopt. Door een meting van de radioactiviteit (C14-methode) ontdekten ze dat het hout laat-twaalfde-eeuws is. De stammen zijn waarschijnlijk gebruikt om een latere aanbouw van de kerk te ondersteunen. Het bouwjaar van de oudste stenen kerk is nog steeds onzeker.
Leeuwarder Courant, 5 juli 2005
ARCHEOLOGEN STUITEN OP MIDDELEEUWSE WATERPUT
Leeuwarden - Archeologen hebben vandaag op het Leeuwarder Oldehoofsterkerkhof een bijna 7 meter diepe waterput van ruim duizend jaar oud blootgelegd. De put was aan alle zijden verstevigd met plaggen. Aangezien de Middelzee in die tijd rond de Oldehoveterp liep, moesten de middeleeuwers door twee oude veenlagen graven voor ze zoet water vonden. Hoe ze zo diep konden graven, is voor de archeologen een raadsel.
"We hebben wel grappen gemaakt dat ze hun lokale dwerg in het gat hebben gestopt om te graven. Het is onvoorstelbaar dat mensen zo diep in zo’n smalle put konden werken", zegt Jan Willem Oudhof van bureau Vestigia. Het Archeologisch Diensten Centrum groef de put de afgelopen dagen half uit, zodat de andere helft in de bodemcontouren te zien is.
Toen het diepste punt bijna bereikt was, zette archeoloog Gahwin Williams vanochtend een boor in de grond. Tot zijn grote schrik spoot het water plotseling naar boven. Hij had opnieuw het grondwater aangeboord waar vroeger Leeuwarders van dronken. "Dat water zit daar onder grote druk, maar kan niet door de veenlaag heen, totdat je het doorboort", zegt Oudhof.
Midden in de put zat een houten balk, die vermoedelijk als versteviging is gebruikt. "Op basis van de jaarringen proberen we de oudheid te dateren", zegt Oudhof. De put is in de Middeleeuwen weer gedempt met plaggen. Mogelijk is dit gebeurd bij de bouw van de Romaanse kerk die later op deze plek verrees.
De archeologen graven nog enkele weken door. Daarna nemen graafmachines het werk over ter voorbereiding van de nieuwe parkeergarage in het kerkhof. Pas volgend jaar keren de archeologen terug, wanneer het gebied recht voor de Oldehove wordt uitgegraven.
De archeologen noemen het gebied "niet vondstenrijk". Wel zijn er enkele bronzen fibula’s gevonden. Dit zijn mantelspelden die vaak in terpen voorkomen. Verder treffen de archeologen voortdurend menselijke botten en potscherven aan.
Leeuwarder Courant, 4 juni 2005
door: Erwin Boers
AAN DE VOET VAN DE OLDEHOVE GAAPT PLOTS EEN RAVIJN
Leeuwarden - Als de pompen het grondwater niet hadden weggepompt, zou Leeuwarden nu eindelijk zijn lang begeerde openluchtzwembad hebben gehad. Het Oldehoofsterkerkhof veranderd langzaam in een diep ravijn. Recht voor Tresoar hebben de graafmachines inmiddels een diepte van 8,5 meter bereikt. De archeologen voor het postkantoor wandelen op ruim drie meter onder straatniveau.
Wie hoogtevrees heeft, kan de Boterhoek beter mijden. Achter de damwanden gaat een onwaarschijnlijk diep gat schuil. Dat mag ook wel, want er moeten straks twee lagen auto's in passen. De damwanden die nu te zien zijn, vormen straks de muren. Op de diepe bodem wordt een laagje zand gegooid. Meteen daarop liggen straks de klinkers waarop autobestuurders parkeren.
Inmiddels zitten de damwanden zo stevig verankerd dat er geen grondwater meer door kan sijpelen. Later wordt de kuil voor Tresoar verenigd met de bak die op het Oldehoofsterkerkhof wordt gegraven, zodat er straks één grote ruimte voor 525 auto's ontstaat.
Wie over het Oldehoofsterkerkhof wandelt, ziet een vreemde 2 meter hoge dam door de opgravingen lopen, met kronkelende lijntjes hierin. "Daarmee kunnen we precies zien hoe de terp door de eeuwen is opgehoogd", zegt Juke Dijkstra van het Archeologisch Diensten Centrum.
In de hoge wand zitten kronkelende lijntjes van de klei- en zandlaagjes uit de afgelopen 1600 jaar. Door stukjes aardewerk, muntjes en andere vondsten van een vergelijkbare diepte met de bodemlagen te vergelijken, is de geschiedenis van de heuvel in de bodem af te lezen.
Toen de Leeuwarders ergens tussen 1000 en 1100 een eerste stenen kerk op de terp bouwden, gebruikten ze berkenboomstammetjes. Dijkstra is benieuwd wanneer de bouw begon. Aan de hand van koolstofonderzoek wil ze de ouderdom van het hout laten vaststellen.
"Het is tot nu toe geen vondstenrijke opgraving geweest", zegt Dijkstra. Ze hoopt op meer succes in het gebied voor de ingang van de Oldehove, dat over een half jaar aan de beurt komt. In het najaar van 2006 moet de parkeergarage klaar zijn. Begin 2007 moet het autovrije plein daar bovenop ook gereed zijn.
Leeuwarder Courant, 1 juni 2005
Gehoord en Gezien
Zo'n 1500 jaar geleden kletterden er al wagens door Leeuwarden. De archeologen vonden deze week een stukje wagenwiel met spaken uit die tijd in het Oldehoofsterkerkhof. Best bijzonder, want wegen waren er toen waarschijnlijk nog niet. De onderzoekers graven langzaam voort naar de bodem van enkele vroeg-middeleeuwse waterputten. "Op de bodem liggen vaak nog gave potten", weet opgravingsleider Jan Willem Oudhof. Voordat de bodem bereikt is, moet er nog zo'n 3 meter dieper worden gegraven.
Leeuwarder Courant, 28 mei 2005
Gehoord en Gezien
De oude Leeuwarders hebben met elkaar een imposante historische muntenverzameling verloren. De archeologen vonden op het Oldehoofsterkerkhof eerder al muntjes van de Romeinse dictator Julius Caesar (45 voor Christus), de Romeinse keizer Hadrianus (125 na Christus) en de Duitse keizer Lodewijk het Kind (rond 900) ...
... Daar kwam later nog een Fries middeleeuws muntje bij. Vorige week vonden de onderzoekers een munt van de Duitse keizer Lodewijk de Vrome (rond 820), waarschijnlijk geslagen in Dorestad (Wijk bij Duurstede). Ze stuitten ook op een munt van de beruchte keizer Nero (rond 60 na Christus) ...
... Deze week kwam nog een brok van een bronzen armband uit de eerste eeuw na Christus uit de grond. Verder werden potscherven uit de zesde eeuw gevonden. Het graafwerk gaat nog anderhalve week door. Daarna worden de damwanden verstevigd om instorting te voorkomen. Dan volgen nog enkele weken graafwerk. Volgend jaar komt het gebied dichterbij de Oldehovetoren aan bod.
Leeuwarder Courant, 21 mei 2005
Gehoord en Gezien
De Friese hoofdstad verdween in de derde eeuw na Christus onder de zeespiegel. Maar vrij snel daarna kwamen er al weer mensen wonen op de Oldehoveterp, zo hebben archeologen deze week ontdekt in hun steeds dieper wordende graafkuil. Ze troffen aardewerk aan uit de volksverhuizingstijd, zo'n zestienhonderd jaar oud. Dat er toen mensen woonden hadden historici tot nu toe niet gedacht. Het is trouwens opvallend: hoe dieper de kuil wordt hoe meer nieuwgierigen een kijkje komen nemen.
Leeuwarder Courant, 30 april 2005
door: Erwin Boers
TUSSEN SAAIE KLEI EN BLINKEND ZILVER
Diep in de klei van het Oldehoofsterkerkhof worden bijzondere bodemvondsten gedaan. Maar het publiek wandelt door, want er is niets te zien, behalve dan een groepje noeste gravers in de modder.
"Kijk, een zilveren muntje van Julius Caesar. Een eentje van keizer Hadrianus." Jelle Weening van het Archeologisch Diensten Centrum tovert ze met zijn metaaldetector zo uit de grond op het Oldehoofsterkerkhof. Een terpopgraving zoals daar komt maar zelden voor in Friesland. De onderzoekers doen dagelijks leuke vondsten.
De Engelse tv is zeer succesvol met 'spannende' uitzendingen over archeologie. Nagebouwde middeleeuwse dorpjes zijn daar ware attractieparken. Maar in Nederland vindt bodemonderzoek in het verborgene plaats. "Engelsen brengen het veel beter", erkent Jan Willem Oudhof van bureau Vestigia. "Maar in hun grond blijven spullen ook beter bewaard. In Nederland zitten we toch vooral te kijken naar bodemlijntjes."
Want zwarte streepjes in de klei leren meer over de geschiedenis dan munten, scherven en botten. Zo ontdekten archeologen deze week de contouren van een half ingegraven hut. "Zulke gebouwen werden in de vroege middeleeuwen vaak gebouwd. Met zo'n hutkom hoefden ze haast geen muren te bouwen", zegt Oudhof. "Dit soort gebouwen werden gebruikt als opslagpand of werkplaats."
De vondst is extra bijzonder, omdat het gebouw vlak bij de eerste stenen kerk heeft gestaan, die omstreeks 850 na Christus werd gebouwd. Tot nu toe werd gedacht dat de kerk op een lege terp verrees, maar de hutresten wijzen juist op bebouwing voor die tijd. Ook de paalresten van die oudste stenen kerk zijn trouwens gevonden.
De onderzoekers graven nu voorzichtig verder. Ze zitten in een laag die gedeeltelijk uit 800 na Christus en voor een ander deel uit de Romeinse tijd dateert. Vandaar de gelijktijdige vondsten uit verschillende perioden.
Hoe intrigerend ook, voor een tentoonstelling zijn de bodemlijnen veel te saai. Het Fries Museum en het Historisch Centrum van de gemeente Leeuwarden zouden liefst nog vandaag de zilveren muntjes tentoonstellen. "Tijdens de opgravingen wil ik telkens de vondst van de week laten zien", zegt Evert Kramer van het Friesch Museum.
"Ik zou zo'n presentatie aan het publiek ook van harte steunen", zegt provinciaal archeoloog Gilles de Langen. Zo lang de gemeente hierover nog geen besluit heeft genomen, gaan alle vondsten echter naar Amersfoort voor onderzoek en daarna verdwijnen ze naar de opslag in het Groninger Nuis.
Zo ook dus de zilveren keizermuntjes. Het exemplaar van Caesar dateert van ongeveer 45 voor Christus, die van Hadrianus is van rond 130 na Christus. "Ze werden in Friesland niet gebruikt als geld, maar eerder als pronkstuk", zegt Oudhof. "Soms werd er een mantelspeld van gemaakt." De oudste Leeuwarders liepen dan te pronken met een beeltenis van Caesar op hun jas.
Leeuwarder Courant, 26 april 2005
BOTTEN EN SCHEDELS IN BULT AARDE REDUZUM
REDUZUM - Reduzum heeft er een attractie bij. Kinderen uit het dorp hebben ontdekt dat er botten en schedels zijn verborgen in de grote bult aarde die er is gestort om de kade langs it Swin op te hogen. De grond is afkomstig van het Oldehoofsterkerkhof in Leeuwarden dat momenteel wordt afgegraven.
De gemeente Leeuwarden noemt het betreurenswaardig dat de menselijke resten bij Reduzum zijn gestort. Leeuwarden gaat de annemer dan ook op deze fout aanspreken. De gemeente heeft met de werkers ter plekke een duidelijk protocol afgesproken. Dat houdt in dat twee mensen op het Oldehoofsterkerkhof bij het graven direct controleren of er menselijke resten tussen het opgegraven materiaal zitten. Kleine hoeveelheden worden ter plekke gescheiden.
Gaat het om grote hoeveelheden, dan wordt de grond apart afgevoerd naar het Newtonpark en worden daar met een machine en een zeef de menselijke resten gescheiden en naar een container gebracht. Deze resten worden herbegraven op de Noorderbegraafplaats. De schone grond mag de aannemer verkopen.
De gemeente denkt dat het in dit geval op het Oldehoofsterkerkhof al is misgegaan. Het vermoeden is dat het niet om grote hoeveelheden menselijke resten gaat en dat ze daarom niet opgemerkt zijn.
Het schatgraven heeft de kinderen in ieder geval al het nodige opgeleverd. Zo vertelden leerlingen op de Trije Doarpen Skoalle in Reduzum vanochtend al trots dat ze schedels gevonden hebben, maar dat ze die toch maar hebben laten liggen. Ook voor het serieuzere werk komen Reduzumers naar de bult toe. Jappie Terpstra zocht er al met een detector naar oude munten.
Leeuwarder Courant, 25 april 2005
Gehoord en Gezien
Op de Boterhoek recht voor Tresoar dook vorige week een gemetselde muur van gele steentjes op bij de graafwerkzaamheden voor de parkeergarage. Zou het de kademuur zijn van de gracht die hier eeuwen geleden liep?...
..."Waarschijnlijk niet", zegt Jan Willem Oudhof van archeologisch bureau Vestigia: "Ik zit eerder te denken aan een gemetselde riolering uit de negentiende eeuw. Daarvoor werden diezelfde IJssel-steentjes gebruikt. In die tijd waren ze nog niet in staat om goede buizen te maken, vandaar dat ze metselden."
Leeuwarder Courant, 18 april 2005
KNOKENHOOP KERKHOF ZOMAAR IN CONTAINER LANGS DE WEG
LEEUWARDEN - Dat er veel Leeuwarders zijn begraven in de historische grond van het Oldehoofsterkerkhof, is wel zo'n beetje bekend. Met karrenvrachten tegelijk komen de oude knoken van tijd tot tijd naar boven. Maar dat zo'n karrenvracht zomaar met een slap zeiltje erover langs de openbare weg staat, is op zijn minst opvallend.
Opvallend? Ze zijn zich rót geschrokken, de twee broers van twaalf en veertien die de mensenbotten ontdekten. Op hun zondagse speeltocht achter glaspiramide Crystallic zagen ze die eenzame container. Echt afgedekt kon je het niet noemen, en jongens van die leeftijd zijn nu eenmaal nieuwsgierig, dus kom op, dachten ze, even kijken.
Een bottenberg, dat was zo duidelijk als wat. Daar lag een schedel, daar een schouder, en hé, dat moest het heupbeen zijn. Hier lagen toch niet de bewijzen van een massamoord?
Dat niet, als wacht de knekels binnenkort wel een massagraf. Ze komen namelijk van het Oldehoofsterkerkhof, waar Leeuwarden tot 1833 zijn doden begroef. Op die plek komt strraks een parkeergarage, en oude doden zitten de graafwerkzaamheden alleen maar in de weg. Een nieuw graf is gereserveerd op de Noorderbegraafplaats, comfortabel en modern.
Zo oud zijn de botten trouwens niet. Ze komen van de bovenste anderhalve meter, dus volgens gemeentelijk projectleider Feiko de Boer kunnen ze niet ouder zijn dan 150 jaar. Gezien de sluitdatum van de dodenakker aan de Oldehove, moeten de beenderen minimaal 172 jaar oud zijn. Dat maakt ze archeologisch nog niet interessant, zegt De Boer. "Je moet het eerder zien als de ruiming van een gewone begraafplaats."
Dat gebeurde ook al in 1933 en 1968, toen de gemeente nogal wat kritiek kreeg om de weinig respectvolle omgang met de menselijke resten. Toeschouwers namen schedels mee naar huis om er een kaarsje in kwijt te kunnen, nabestaanden vroegen zich vertwijfeld af waar hun voorvaderen terecht kwamen.
De Boer: "Om dat te voorkomen gaan we er nu bewust heel zorgvuldig mee om." Zo moet de knekelcontainer afgedekt zijn, en nee, niet met een zeiltje, zegt De Boer. "Maar toch, die kinderen hebben bij die container helemaal niks te zoeken."
Leeuwarder Courant, 12 april 2005
VONDST MUNT VULT WEER STUKJE GESCHIEDENIS IN
door: Erwin Boers
LEEUWARDEN - Keizer Lodewijk het Kind legde in 911 op zijn achttiende al het loodje. Zijn korte leven komt nu goed van pas bij de datering van een zilveren muntje, dat in februari bij de Oldehove in Leeuwarden werd gevonden.

Ten tijde van Lodewijks dood moet op de terp dus al een nederzetting hebben gestaan, met inwoners die keizerlijke munten gebruikten om handel te drijven. ,,Het is maar een heel dun stukje zilver. Het was toen vast niet veel meer waard dan ons huidige muntgeld. Iemand zou het verloren kunnen hebben'', zegt Jan Willem Oudhof van bureau Vestigia, dat de archeologische opgravingen op het Oldehoofsterkerkhof coördineert.
Lodewijk was de laatste middeleeuwse Duitse keizer uit de familie van Karel de Grote. Hij werd op zijn zesde staatshoofd en stierf op zijn achttiende - vandaar zijn bijnaam 'Het Kind'. Zijn geld werd in een groot deel van West-Europa gebruikt, een beetje vergelijkbaar met de euro van nu. ,,Pas later begonnen veel steden hun eigen munten te slaan'', zegt Oudhof. Het muntje van de Oldehove werd vervaardigd in Straatsburg.
Het oude geld helpt om de lege plekken in de geschiedenisboeken te vullen. Die spreken wel van Bonifatius' dood (754) en de kruistochten (vanaf 1095), maar van de periode daartussen is niet zoveel bekend. Het was de tijd van de vikingen, die dood en verderf zaaiden langs de Nederlandse kust.
Het muntje is niet uniek, ,,maar wel heel leuk''. De vondst past goed bij de bevindingen van de archeologen in de afgelopen maanden tijdens proefopgravingen. Voor de deur van Tresoar zijn meer bewijzen van bewoning gevonden uit de vroege Middeleeuwen: een waterput, een plaggenhut en scherven aardewerk.
Tot nu toe werd vermoed dat de Sint Vituskerk op een lege terp werd gebouwd, maar die veronderstelling lijkt door de recente vondsten achterhaald. Voor Tresoar vonden archeologen de afgelopen weken nog resten van twee oude grachten die daar hebben gelopen. ,,We kenden één gracht, de tweede kunnen we niet goed thuisbrengen'', zegt Oudhof.
Binnenkort begint het 'echte' archeologische werk. Dan graven de onderzoekers uitgebreid in de hoek van café Bellevue en het postkantoor. Ze zoeken de fundering van de Sint Vituskerk en bewoningsresten uit de Middeleeuwen en de Romeinse tijd.
Dat de geschiedenis van Leeuwarden straks moet worden herschreven, staat nu al vast. De vraag is alleen nog hoeveel nieuwe bladzijden het graafwerk
Leeuwarder Courant, 23 maart 2005
OLDEHOVETERP AL VEEL EERDER BEWOOND
(zie ook het persbericht van de Gemeente Leeuwarden )
LEEUWARDEN - Toen Leeuwarden voor het eerst een kerk kreeg, verscheen deze waarschijnlijk tussen bestaande huizen op de Oldehoveterp. Deze wierde was dus niet leeg, zoals nu in de geschiedenisboekjes staat. Dit vermoeden archeologen op basis van proefopgravingen. Die tonen ook aan dat het gebied al bewoond werd voordat er überhaupt een terp lag. De gemeente vindt deze bevindingen zo interessant, dat ze extra geld uittrekt voor archeologisch onderzoek bij de Oldehove.
,,We hebben bij proefsleuven resten aangetroffen van plaggenbebouwing uit de periode na de Romeinse tijd'', zegt Jan Willem Oudhof van Vestigia, het bureau dat de opgravingen coördineert. Dit betekent dat er in de periode tussen 500 en 1000 na Christus gebouwen stonden op de terp.
Oudhof heeft nu sterke vermoedens dat de oudste kerk in de negende of tiende eeuw tussen bestaande bebouwing is opgetrokken. Dit is in strijd met de theorieën tot nu toe. Die gingen ervan uit dat de Oldehove leeg was en juist daardoor ruimte bood aan een kerk. Tot dusver werd gedacht dat de Leeuwarders hun huizen liever bouwden op de veiliger Nijehoveterp, aan weerszijden van het huidige Gouverneursplein.
De gemeente verzamelde eerder al €900.000 om het Oldehoofsterkerkhof op archeologische resten te laten onderzoeken. De terp wordt hierna weggegraven om plaats te maken voor een parkeergarage. ,,Nu de proefopgravingen zulke interessante resultaten opleveren, willen we er nog eens €600.000 extra aan besteden'', zegt PvdA-wethouder Marga Waanders. Dat geld hoopt ze gedeeltelijk van het rijk en de provincie te krijgen.
De grote opgraving begint volgende week en duurt tot eind mei. De klus richt zich eerst op de Boterhoek. Het werk verplaatst zich later naar de zuidoosthoek, voor het postkantoor. Hierbij wordt 3,5 tot 4 meter diep gegraven. Daarna wordt nog enkele meters dieper gegraven.
De nieuwste gegevens komen uit een reeks proefsleuven die zijn gegraven langs de Boterhoek, op de plek waar nu een tijdelijke rijbaan ligt. Uit eerdere opgravingen was al bekend dat er aan het begin van de jaartelling - in de Romeinse tijd - mensen rond de Oldehove woonden. In de nieuwste opgravingen zijn ook resten opgedoken van bebouwing op straatniveau, dus onder de terp, die hier later werd gebouwd.
Het gaat hierbij zeker niet om middeleeuwse bewoning: ,,We kunnen aan de grond zien dat die later is overspoeld. De mensen kregen natte voeten en zijn vertrokken'', zegt Oudhof.
Dit spoort met de theorie dat Noord-Friesland na de Romeinse tijd een paar eeuwen onbewoonbaar is geweest en pas daarna opnieuw werd bevolkt. Volgens Oudhof liep de latere terp helemaal tot aan de Boterhoek. Hij blijkt hiermee groter dan verwacht.
Hoewel de Romeinen deze oudste bewoners 'Frisii' noemden, is volstrekt onbekend om wat voor bevolking het destijds ging. Pas in de Middeleeuwen kwamen de voorouders van de huidige Friezen hier wonen. Zij bouwden de eerste kerken.
Leeuwarder Courant, 20 januari 2005
OPGRAVING IS HANGPLEK VOOR GRIJZENDE MANNEN
door: Erwin Boers
Archeologen zijn in Leeuwarden begonnen met onderzoek op het Oldehoofsterkerkhof. Het volk kijkt toe.
LEEUWARDEN - Het moet een zesde zintuig zijn waarover alleen grijzende mannen beschikken. De archeologen hadden dinsdag nog geen schep in de grond gezet op het Leeuwarder Oldehoofsterkerkhof of daar kwamen ze al: gepensioneerde Luwarders met nieuwsgierige blik en een zee van tijd.
"Ik lachte ook altijd om die mannen die rondhangen bij dit soort klussen. Hadden ze niks beter te doen, vroeg ik me altijd af", zegt toeschouwer Sieger Bijlsma. "Maar mijn werkgever heeft mijn baan opgeheven. Nu heb ik alle tijd en sta ik hier zelf ook te kijken." De archeologen en bouwvakkers kennen hem inmiddels allemaal: "Die man met die pijp? Die staat hier de hele dag."
Het is een voortdurend komen en gaan bij de dranghekken. De één komt per driewieler, een ander per snorfiets met achteruitkijkspiegels of gewoon met de benenwagen. "Ik heb zelf nog een oude munt gevonden toen ik in Groningen woonde", vertelt een man die aan komt lopen. "Nou, ik ben bij een opgraving geweest van een Romeinse vesting in Zuid-Holland", zegt een ander.
Een gemeenteambtenaar komt ook even kijken en wijst op café Bellevue: "Daar vlak naast hebben we wel eens skeletten uitgegraven. Zo ver strekte de begraafplaats zich blijkbaar uit."

Tom Sandijck uit de Hollanderwijk fietst ook even langs. Hij maakte bij de opgraving van 1968 nauwgezette aantekeningen en weet sommige grafkelders precies aan te wijzen: "Daar voor het postkantoor moeten er een paar zitten. De bovenkant is verwederd, maar de kelders zelf zitten er nog."
"Zou daar nu veel werk voor wezen, voor die archeologen?" vraagt weer iemand anders zich af. De onderzoekers zelf graven geconcentreerd verder. Ze hadden de afgelopen dagen pech, want de grond waar ze oude kerkresten verwachtten bleek bij graafwerk in de vorige eeuw danig omgewoeld. Ze vonden bijna niets bijzonders.
Ze wijzen op een zwart plekje in het zand: "Dat zijn paalresten uit de Middeleeuwen, misschien van een huis", leggen ze desgevraagd uit. Maar verder bemoeien ze zich niet met de toeschouwers. Die snappen op hun beurt ook niks van het gezwoeg in de blubber. "Zet die graafmachine toch aan het werk. Dat gaat veel sneller", grapt er één.
"Moet je je eens voorstellen hoe dat is. Sta je in zo'n kuil terwijl er constant allemaal mensen op je vingers kijken", lacht Jan Willem Oudhof, die het graafwerk coördineert."
"Wat su dat weze? een spieker?" vragen de mannen aan de kant zich af. Nee, het blijkt gewoon een botje, een van de duizenden die uit het kerkhof omhoog komen. Die verdwijnen allemaal in de groene knekelcontainer bij de Groeneweg.
"Er kwam hier laatst iemand langs om twee schedels te brengen", vertelt een timmerman, die staat te kijken. "Een man had ze meegekregen bij de opgraving van 1968. Maar hij moest nu naar het bejaardenhuis en daar waren ze niet zo blij met die dingen. Vandaar dat zijn familie ze nu weer kwijt wil."
Leeuwarder Courant, 18 januari 2005
Gehoord & Gezien
Archeologen zochten vanochtend midden op het Oldehoofsterkerkhof naar resten van de gotische Sint Vituskerk. Die vonden ze tot hun verbazing niet. De grond bleek sterk te zijn omgewoeld. Niet bij de eerdere opgraving van 1968, maar mogelijk bij de sloop van de school die lang geleden op deze plek heeft gestaan. Wel troffen de onderzoekers een glimmende euromunt aan en een skelet, dat op nog geen meter onder de vroegerde parkeerplaatsen lag.
Leeuwarder Courant, 12 januari 2005
Gehoord & Gezien
Geen wonder dat de Oldehove scheef staat. Hij staat op een helling. Op zich geen nieuws: dat was ook al te lezen in de geschiedenisboeken. Maar zelfs op enkele meters ten oosten van de toren loopt de Oldehove-terp aal af richting Westerplantage, zo ontdekten archeologen gisteren bij een proefopgraving. Zo'n schuine ondergrond was bepaald geen geschikte plek om de hoogste toren van Nederland te bouwen, zoals aanvankelijk de bedoeling was ...
... De archeologen gingen gisteren op zoek naar de resten van een oudere toren, die vast zat aan de vroegere Sint Vituskerk. Ze vonden plaggen waarmee het bouwsel was onderstut. "En we hebben een aantal grote zwerfkeien gevonden, die dienden als fundering voor de dertiende-eeuwse kerk", vertelt Jan Willem Oudhof van bureau Vestigia. "Het waarschijnlijkst is dat die keien uit Drenthe zijn gehaald. In Friesland komen ze niet voor."
Leeuwarder Courant, 15 december 2004
Nog voordat de archeologen maar één schop in de grond hadden gezet, haalden bouwvakkers dit najaar de eerste botten al naar boven op het Leeuwarder Oldehoofsterkerkhof. Ze worden opgeslagen in een container en "netjes overgebracht naar de Noorderbegraafplaats", zegt Feiko de Boer van de gemeente. De archeologen begonnen vanochtend aan hun eerste klus.
Onder natte weersomstandigheden sloegen medewerkers van het Archeologisch Dienstencentrum in Amersfoort en het GIO in Groningen aan het spitten. Tot morgenavond werken ze aan een proefkuil ter hoogte van archief Tresoar. Ze gaan tot een diepte van zo'n 5 meter onder straatniveau.
Binnen een uurtje bereikten ze grond die de afgelopen eeuwen onberoerd is geweest. Ze vonden puinresten, een beenderkuil en een laag klei, die waarschijnlijk aan het begin van de jaartelling door bewoners is aangedragen om de terp te versterken.
In de onvermijdelijke kerkhofbotten zijn de archeologen nauwelijks geïnteresseerd. Hun hoofddoel is om de contouren van de vroegere St. Vituskerk op te sporen, vertelt Jan Willem Oudhof van bureau Vestigia, die het werk coördineert. Verder wil hij meer weten over bewoning in de Romeinse tijd. "We graven binnenkort nog twee andere kuilen. De grootste komt bij café Bellevue, waar nog nooit onderzoek is gedaan. We kijken ook op de plek waar vroeger waarschijnlijk een oude kerktoren heeft gestaan." Dat is nabij de voet van de Oldehove. De proefopgravingen leveren informatie voor het grotere opgraafwerk, dat waarschijnlijk in april begint.
Oudhof hoopt sporen van de vorige opgraving in 1968 terug te vinden. Mogelijk ligt een deel van de destijds gevonden spullen nog steeds onder de grond. Archeoloog Herre Halbertsma schreef destijds niet op wat hij met zijn vondsten deed.
"In de archeologische opslag in Nuis hebben we een paar zakjes van hem gevonden. Meer niet," zegt Oudhof. De middeleeuwse tufstenen sarcofagen die destijds boven de grond kwamen, zijn spoorloos. "Ze zijn loodzwaar, dus die sleep je ook niet zomaar mee. Misschien liggen ze er nog."
Leeuwarder Courant, 13 december 2004
Archeologen gaan woensdag aan de slag bij het Oldehoofsterkerkhof, waar de aanleg van de nieuwe parkeergarage is begonnen. Ter hoogte van Tresoar wordt een proefput geslagen, die moet uitwijzen of dit een interessante plek is om gedetailleerd te onderzoeken. Later volgen putten op drie andere locaties. Aan de hand hiervan bepalen de onderzoekers waar ze de meeste aandacht voor moeten hebben bij hun graafwerk.
Leeuwarder Courant, 9 augustus 2000
MIDDELEEUWSE FIBULA GEVONDEN BIJ OLDEHOVE
De archeologische proefopgraving op het Oldehoofsterkerkhof in Leeuwarden heeft als aardigste vondst een middeleeuwse fibula opgeleverd. De mantelspeld uit de tiende tot twaalfde eeuw heeft de vorm van een mannenfiguur, omgeven door een parelrand.
De proefsleuf leverde verder slechts een kloostermop, enkele skeletten en een paar scherven op. De 4,5 meter diepe put aan de voet van de Oldehove is gistermiddag weer dichtgegooid.
De opgraving gold als voorstudie voor het omvangrijke archeologische onderzoek dat vooraf gaat aan de bouw van een parkeergarage. Ondanks wat tegenslagen is opgravingsleider Cuno Koopstra tevreden over het verloop.
Om instorten van de onderzoeksput te voorkomen, moesten de wanden de laatste dagen gestut worden. Het grondwater sijpelde naar binnen en bemoeilijkte het speuren naar bewonersresten. Toch is het team van het Groninger bureau ARC en het Argeologysk Wurkferbân er in geslaagd tot de vroegste terplagen door te dringen. Uit deze lagen van rond het begin van de jaartelling zijn monsters genomen van plantenresten en zaden.
Deze kunnen iets vertellen over de gewassen die de bewoners destijds gebruikten. Een scherf geïmporteerd aardwerk uit de Romeinse tijd, waarschijnlijk van Duitse afkomst, kan iets duidelijk maken over de handelsbetrekkingen van de eerste terpbewoners. "Zo'n vondst is een echte gelukstreffer", aldus Koopstra.
De archeologen ontdekten dat de bewoners hun terp destijds meerdere malen met graszoden verhoogden, in een poging droge voeten te houden. "De Friezen hadden het goed voor elkaar, ze weidden hun koeien in het immense kweldergebied."
Het archeologische team kan nu al zeggen dat de Romeinse terp waarschijnlijk iets verder naar het noorden doorloopt dan aanvankelijk was aangenomen. Onder dit deel van het plein stuitten de gravers onverwachts op skeletten uit de middeleeuwen en de zestiende en zeventiende eeuw.
"We gingen er van uit dat die in 1933 al geruimd zouden zijn", zegt Koopstra. "De skeletten zijn gelicht en komen in een knekelhuis op een Leeuwarder begraafplaats."
Leeuwarder Courant, 8 augustus 2000
Gehoord & Gezien
Nieuws van onder het aardoppervlak. Dat wil zeggen, van uit de archeologische onderzoeksput op het Oldehoofsterkerkhof. Vandaag was de laatste dag dat de onderzoekers in hun gegraven proefsleuf konden rondkijken. Opgravingsleider Cuno Koopstra wist zich omringd door de groten uit het archeologische wereldje. "Er is ook een professor bij", wist een van de werklieden. Niet helemaal waar, maar de gasten waren beslist knappe koppen die er voor doorgeleerd hadden. Ondertussen stond archeologe Geertje Korf te popelen. "We moeten verder en Cuno staat daar maar te praten." Het gat was inmiddels met schotten gestut. Door de wanden sijpelde het grondwater en de bodem bestond uit drijfzand. Of ze nog bijzondere vondsten hadden gedaan? "We hebben een stukje Romeins importaardwerk gevonden", antwoordt Korf enthousiast. "Mooi zwart glanzend."
Leeuwarder Courant, 2 augustus 2000
Gehoord & Gezien
In de archeologische opgravingsput op het Oldehoofsterkerkhof weten ze nu ook wat komkommertijd is. Tot grote verbazing van opgravingsleider Cuno Koopstra bogen zich gisteren nieuwsgierige cameramensen van RTL, de NOS en Omrop Fryslân al filmend over de put. Prachtig natuurlijk, al die aandacht van de pers, alleen er was niet zoveel te zien.
De opgravers hadden net de 2 meter dikke afdeklaag van zand verwijderd, zodat de fundamenten van de Sint Vituskerk weer bloot kwamen te liggen. Die waren in 1969 ook al eens te voorschijn gekomen. Vervolgens spitten de onderzoekers iets dieper en kwamen ze de botten van een Leeuwarder uit vroegere tijden tegen. Het voormalige kerkhof was in de jaren dertig al geruimd, maar kennelijk waren de werkers destijds wat vergeten.
Het echte archeologische werk begon vandaag. Koopstra en zijn mannen graven aan de zijkant van de terp, in de hoop iets van de vroegste bewoners aan te treffen. "Ik acht de kans heel klein dat we iets vinden", aldus Koopstra. "Maar je weet het nooit, de wonderen zijn de wereld niet uit."
|