This page is not available in English yet.

Huizenonderzoek Leeuwarden

Ter inleiding
Ten behoeve van onderzoek naar de bewoningsgeschiedenis van huizen in Leeuwarden staan het publiek vele bronnen ter beschikking. Het merendeel van dit bronnenmateriaal ligt opgeslagen in het Historisch Centrum Leeuwarden aan de Groeneweg 1. Daarnaast kan met name voor de 19e en 20e-eeuwse geschiedenis van een bepaald pand worden geput uit notariële archieven (koop- en huurcontracten vanaf 1808), welke berusten op het Rijksarchief in de Provincie Friesland aan de Boterhoek 3. Koopakten bevatten veelal detailinformatie over de indeling van een bepaald pand, belenders, randvoorwaarden, koopprijs.

Daarnaast bieden de reëelkohieren - jaarlijks opgemaakt ten behoeve van een belastingheffing op de werkelijke huurwaarde van huizen - een mogelijkheid om op weinig omslachtige wijze de eigendoms- en bewoningsgeschiedenis over een langere periode terug te volgen. Voor wat Leeuwarden betreft zijn deze van 1716 tot en met 1804 - zij het met enige hiaten - bewaard gebleven. Oorspronkelijk werden deze kohieren in tweevoud opgemaakt, waarvan één exemplaar ten behoeve van de eigen gemeentelijke administratie en één ten behoeve van de provincie. De ’eigen’ Leeuwarder reëelkohieren zijn naar alle waarschijnlijkheid in 1825 door een overijverige gemeentesecretaris als scheurpapier verkocht. Wel beschikt het HCL over microfilms van de exemplaren van de provincie. De originele registers berusten op het Rijksarchief in de provincie Friesland en bevinden zich in het archief van de Staten van Friesland en daarmee verbonden Colleges (inz. Archief van de Rekenkamer).

Raadpleging van archiefmateriaal bij openbare archiefbewaarplaatsen zoals het HCL en het Rijksarchief is kosteloos, mits de bezoeker zelf zijn onderzoek uitvoert. Desgewenst kan de onderzoeker tegen een vast tarief fotokopieën (laten) maken van archiefstukken, bouwtekeningen, kaart- en fotomateriaal.

Een andere - zij het niet kosteloze - optie voor huizenonderzoek biedt het Kadaster. Hier kan zonder veel moeite de bebouwings- en eigendomsgeschiedenis van een bepaald perceel worden teruggevolgd tot 1832, het jaar waarin de kadastrale leggers een aanvang nemen. Met de opmetingen ten behoeve van de kadastrale kaarten is echter al in een veel vroeger stadium begonnen, te weten in de Franse Tijd ten tijde van het Koninkrijk Holland (1806-1810). Zo kan het voorkomen dat de oudste kadastrale kaarten, waarop de kadastrale nummers uit 1832 zijn ingetekend, feitelijk een voor dat jaar achterhaalde bebouwingssituatie weergeven.

De Fryske Akademy streeft ernaar om van iedere gemeente in Friesland een zogenaamde Kadastrale - en Prekadastrale Atlas uit te geven. Laatstgenoemde atlas is met name voor de bestudering van het grondbezit en de geschiedenis van boerderijen in de provincie Friesland van eminent belang. Voor de bestudering van de bebouwingsgeschiedenis binnen de bebouwde kommen van steden en dorpen biedt eerstgenoemde atlas een direkte ingang tot de zogenoemde oorspronkelijk aanwijzende tafels, waarin direkt wordt verwezen naar de artikelnummers in de kadastrale leggers, waarvan tevens op de gemeentehuizen en/of gemeentelijke archiefbewaarplaatsen dubbele exemplaren aanwezig zijn. Het verdient dan ook aanbeveling om vooral deze dubbelen te raadplegen, daar dit uit hoofde van de archiefwet kosteloos is. Voor de meest recente bebouwingsgeschiedenis (na ca. 1970) kan het Kadaster eventueel uitkomst bieden.

Beschikbaar bronnenmateriaal op het Historisch Centrum Leeuwarden

Naast de genoemde kadastrale kaarten en leggers, alsmede de reeds in 1994 gepubliceerde Kadastrale - en Prekadastrale atlas van het grondgebied van de stad Leeuwarden, berusten bij het HCL nog tal van andere bronnen die het onderzoek naar de geschiedenis van de eigen woning tot een succes kunnen maken. Om een en ander overzichtelijk te maken volgt hieronder een opsomming van de diverse bronnen, die in volgorde van het heden naar het verleden kunnen worden bestudeerd.

Zie voor uitgebreidere informatie over het genoemde bronnenmateriaal de ’Gids voor Genealogisch en Biografisch Onderzoek in Friesland’ en de ’Inventaris van de Archieven van het Gerecht der Stad Leeuwarden 1533-1811’, beide te raadplegen op de leeszaal van het HCL. Voor mondelinge adviezen kunt u bij de leeszaalmedewerker terecht.

  • Adresboeken (1856-1971)
    hierin worden zowel alfabetisch als adresgewijs alle gezinshoofden en alleenstaanden opgesomd.

  • Woningkaarten (1924-c.1950)
    deze geven per woning de opeenvolgende hoofdbewoners alsmede de vestigings- en vertrekdata.

  • Staten Woningonderzoek 1903-1904
    de administratieve neerslag van een grootscheeps onderzoek in het kader van de Woningwet naar de woonomstandigheden van de Nederlanders; zeer veel detailinformatie over het interieur, lichtscheppingen, aantal kubieke meters leefruimte per inwoner, adviezen voor onbewoonbaarverklaring, etc.

  • Wijkkaarten 1843 en 1876
    zeer gedetailleerde plattegronden van de diverse wijken van de stad met vermelding van de huisnummers

  • Gedrukte wijkregisters 1843 en 1876
    voor 1876 werden de huizen per wijk aan één stuk door genummerd, b.v. F1 tot en met F402, ongeacht aan welke straten de huizen waren gelegen; na 1876 ging men over tot huisnummering per straat. Om het oude huisnummer te achterhalen dient het gedrukte wijkregister van 1876 te worden geraadpleegd. Het gedrukte wijkregister van 1843 geeft aan in welke Wijk (met voormalige espelaanduiding) een woning was gelegen (belangrijk voor het onderzoek in de periode voor 1808)

  • Wijkboeken (1843-1924)
    hierin staan per woning de opeenvolgende hoofdbewoners met hun gezinsleden ingeschreven, met vermelding van geboortedatum, geboorteplaats, beroep, eventueel overlijdensdatum, datum vestiging in wijk, datum vertrek uit wijk, plaats/wijk vanwaar gekomen, plaats/wijk waar naartoe vertrokken

  • Bevolkingsregister (1850-1876)
    het bevolkingsregister was tot 1877 adresgewijs ingedeeld en biedt tot dat jaar grotendeels dezelfde informatie als de wijkboeken

  • Volkstellingen 1829 en 1839
    eveneens adresgewijs opgezet; geeft een momentopname van bewoning in een bepaald jaar; vermelding namen, leeftijden, geboorteplaatsen, religie, burgerlijke staat en beroepen van de bewoners

  • Kohieren van Lantaarn-, Brandspuit- en Nachtwachtgelden (1792-1850)
    per wijk worden adresgewijs de namen gegeven van de huiseigenaars, de huurders en het bedrag van de heffing

  • Kohieren van het Stratenfonds (1819-1856)
    per wijk worden adresgewijs de namen gegeven van de huiseigenaars, de bestemming van het pand, de lengte van de gevel langs de openbare straat, en het bedrag van de heffing

  • Kohieren van de huisfloreen van diverse espels en buitenbuurten (1769-1794)
    per wijk worden adresgewijs de namen gegeven van de huiseigenaars, de huurders en het bedrag van de heffing

  • Reëelkohieren (1716-1804, met hiaten)
    min of meer per wijk en adresgewijs worden de namen gegeven van de huiseigenaars, de huurders en het bedrag van de heffing.
    N.B. Het HCL beschikt slechts over microfiches. De originelen berusten in het Rijksarchief (Archief van de Rekenkamer).

  • (Groot- en Klein-) consentboeken (1545-1811)
    hierin werden de koopbrieven (koopcontracten) geregistreerd al naar gelang de hoogte van de koopprijs in het klein- dan wel in het groot consentboek; veel detailinformatie over indeling, belenders, recht van doorgang/overpad, gemeenschappelijk onderhoud van erfscheidingen, etc.

  • Decreetboeken van het Nedergerecht (1560-1807)
    betreft veelal verslagen van publieke verkopingen van onroerend goed ten behoeve van minderjarigen

  • Proclamatieboeken (1571-1811)
    hierin werden de voorgenomen verkopingen drie weken achtereen afgekondigd, opdat medegeïnteresseerden (familie, belenders) hun recht op eerste koop konden doen laten gelden (’niaerrecht’)

  • Hypotheekboeken (1589-1811)
    vaak liet men koopcontracten registreren in de hypotheekboeken, dit in verband met het zeker stellen van tijdige (tussen verkoper en koper overeengekomen) aflossingen van de koopsom

  • Inventarisatie- en aestimatieboeken (1550-1790)
    boedelbeschrijvingen bevatten vaak korte inhoudsbeschrijvingen van koopcontracten welke in bezit waren van de overledene wiens boedel werd geïnventariseerd of geëstimeerd (gewaardeerd); met name in de oudste inventarisatieboeken komen vaak vermeldingen voor van koopbrieven die in sommige gevallen terugreiken tot in de 15de eeuw; verder kan vaak een indruk worden verkregen van de indeling en het interieur van de woning van de overledene

  • Transportregister (1545-1615)
    ingang op namen van kopers en verkopers van onroerend goed, waarin opgenomen de proclamatieboeken, groot- en klein consentboeken, hofsdecreetboeken, decreetboeken van het Nedergerecht


Mogelijk illustratiemateriaal:

  • Collectie Bouwtekeningen (c.1850-1941)
  • Foto- en prentbriefkaartenverzameling Topografisch-Historische Atlas (c.1860-heden)
  • Schilderijen, prenten, tekeningen, etc. van diverse delen van de stad (17de t/m 20ste eeuw)
  • Stadsplattegronden (16de t/m 20ste eeuw)
  • Dossiers bouwvergunningen, met bouwtekeningen (1932-1971)
  • Dossiers Hinderwetvergunningen (1875-1971), met name ten behoeve van onderzoek naar bedrijfspanden; veelal met plattegronden van de bedrijfsruimten

Terug

AGENDA