Voorlichting

In mei 1957 deed een nieuwe functionaris zijn intrede bij de Leeuwarder gemeentesecretarie: de voorlichtingsambtenaar. Leeuwarden had op dit gebied de primeur in het noorden van het land, zowel wat de gemeentebesturen als de provinciale overheden betreft. De functieomschrijving is (zoals in de meeste gemeenten) te beperkt, want ook de zaken van representatie worden door de voorlichtingsambtenaar verzorgd; niet ten onrechte, want juist daar waar de representatie aan de orde komt, daar manifesteert zich doorgaans ook de publiciteit.

De afdeling voorlichting heeft een taak, die door een grote verscheidenheid wordt gekenmerkt en zich moeilijk totaal laat omschrijven. Reeds de voorlichting heeft verschillende facetten:


De voorlichting van de eigen, gemeentelijke bevolking, de bestuurden dus.

Kennis verbreiden van en begrip vragen voor overheidsmaatregelen en daardoor de burgerij interesseren voor het werk van de eigen overheid, is een essentiële voorwaarde voor een goed functioneren van de democratie.


De voorlichting, gericht op “de buitenwereld”: provinciaal, landelijk en, in sommige gevallen, internationaal.

Een nadere bekendheid van en kennis omtrent Leeuwarden bevorderen is van groot belang, vooral voor een stad, die door een excentrische positie “van nature” minder de aandacht trekt dan bij een centraler ligging het geval zou zijn.

Middelen om dit doel te bereiken zijn:

  1. Het verschaffen van inlichtingen en verdere faciliteiten aan vertegenwoordigers van de diverse publiciteitsmedia, die zich met Leeuwarden willen bezighouden (pers, radio, t.v., filmjournaal);
  2. Het attenderen van deze publiciteitsmedia op zaken, die van hun gading kunnen zijn (Belangrijk is hierbij, dat begrip bestaat voor de specifieke mogelijkheden dezer media, die sterk van elkaar verschillen).
  3. Het verschaffen van nieuws aan de publiciteit, in de vorm van persberichten, perscommuniqués of door middel van persconferenties.
  4. Het verzorgen van artikelen voor bladen, die zelf niet over de redactionele mogelijkheden daartoe beschikken. In de praktijk gaat het hierbij speciaal om landelijke verenigingsorganen, die in verband met een hier te houden congres of jaarvergadering de lezers/leden iets willen laten weten omtrent de plaats van samenkomst. Alhoewel veel tijd gemoeid is met het schrijven van afzonderlijke artikelen, is het “conferentieverhaal” principieel afgewezen, omdat dit geen rekening kan houden met de specifieke belangstelling der lezers, die juist in dergelijke gevallen zo duidelijk uit de doelstelling van de organisatie kan blijken.
  5. Het verzorgen van eigen publicaties. Genoemd mogen worden: “Leeuwarden industrialiseert”, naar aanleiding van het begin van de “kernpolitiek”, ter bevordering van de industrialisatie (1959), het fotoboek “Trefpunt Leeuwarden”, verschillende edities van “Feiten over Leeuwarden”, een fotomapje, “De veemarkt van Leeuwarden” (1963, t.g.v. de opening van de nieuwe veemarkt), “Het stadhuis van Leeuwarden” (1965, t.g.v. het 250-jarig bestaan van het stadhuis), diverse folders voor speciale gelegenheden. Alhoewel het geen gemeentelijke uitgave is, mag worden vermeld, dat de voorlichtingsambtenaar het maandblad “Leeuwarder Gemeenschap” (in 1952 opgericht) redigeert en dit in belangrijke mate dienstbaar maakt aan de gemeentelijke voorlichting.

Aanvullende activiteiten, gedeeltelijk in samenhang met het bovenstaande, liggen op het terrein van fotografie en film ten behoeve van voorlichting en documentatie, waarvoor de afdeling over eigen apparatuur beschikt. De belangrijkste gebeurtenissen, voor zover zij zich daarvoor lenen, worden op 16 mm film vastgelegd.

Bij de voorlichting, in het bijzonder wanneer het om niet-Leeuwarders gaat, worden uit overwegingen van service de grenzen van het terrein der gemeentelijke bemoeiingen dikwijls overschreden. Een goede en doeltreffende samenwerking bestaat daarbij met VVV (plaatselijk zowel als provinciaal). Het is duidelijk, dat er raakpunten tussen beider werkzaamheden zijn, al dient het verschil tussen het propagandistische karakter van VVV en het informatieve, feitelijk-objectieve werk van voorlichting gehandhaafd te blijven.

Naast de voorlichting in geschrifte is grote aandacht besteed aan de mondelinge. In 1958 werd begonnen met avonden ter verwelkoming van nieuwe ingezetenen in het stadhuis, waar in een met kleurendia’s geïllustreerde causerie de hoofdzaken van verleden, heden en toekomst van Leeuwarden ter sprake worden gebracht. De avonden, waarvoor alle nieuwe ingezetenen worden uitgenodigd, hebben de belangstelling van degenen, die zich in hun nieuwe woonplaats een nieuwe woongemeenschap eigen proberen te maken. Het was verrassend en verheugend, dat deze serie, in een wat gemodificeerde vorm, ook de belangstelling had van de gevestigde Leeuwarders. Op honderden avonden van verenigingen, ouderavonden e.d. werd het programma gebracht. Het gemeentebestuur nam de kosten (transport apparatuur e.d.) steeds voor zijn rekening, een sprekershonorarium werd niet gevraagd, zodat het verenigingsleven gratis van dit dienstbetoon gebruik kon maken. Incidenteel trok de voorlichtingsambtenaar met zijn apparatuur naar elders. Zijn aardigste ervaring was een voorstelling voor de bejaardensociëteit te Amersfoort, waar de “geachte spreker” bij zijn aankomst werd begroet met het Fries Volkslied, door de bejaarde belangstellenden aangeheven en speciaal voor dit doel door deze niet-Friezen ingestudeerd. Hier komen voorlichting en representatie dicht bij elkaar, evenals bij stadhuisexcursies voor verenigingen, scholieren enz., maar ook voor het publiek in het algemeen, zoals tijdens het 250-jarig bestaan van het stadhuis in december 1965. Groepen uit eigen stad, maar ook van elders (bijv. Duitse scholieren) bezichtigden onder leiding van de voorlichtingsambtenaar per bus de stad.

Rechtstreekse steun aan de bevordering van de industrialisatie heeft de afdeling voorlichting in het bijzonder verleend (publicistisch en organisatorisch) tijdens de twee kernweken, in 1958 en 1960 georganiseerd door het comité “Leeuwarden - Frieslands Kern”. Van de andere belangrijke evenementen, waarbij de voorlichtingsambtenaar werd ingeschakeld, mogen worden genoemd:

De British Season in juni 1957, het bezoek van The Royal Canadian Dragoons (de bevrijders van Leeuwarden) in mei 1959, de expositie “Eén miljoen woningen” in de Beurs in januari 1963, de Amsterdamse Week in april 1963, de Frisiana in september 1963, de bevrijdingsviering met de tentoonstelling “1940 - 1945” in de Synagoge in 1965, de eerste EEG-veemarkt in 1965. Voorts tal van plechtigheden en feestelijkheden van allerlei aard.

Terug