Toespraak bij het afscheid van Jan Folkerts, directeur van het HCL, gehouden op 26 juni 2008


Dames en heren, beste Jan,

Gemeentesecretaris Carel Brugman richt namens de gemeente Leeuwarden een afscheidswoord tot Jan Folkerts.Jan Folkerts is lang bij ons gebleven. Acht jaar Leeuwarden, de langstdurende betrekking uit zijn kleurrijke loopbaan. In deze zaal vol historisch besef maakt acht jaar misschien geen indruk. Zoals Dries van Agt ooit zei, we zijn allen immers niet meer dan een zandkorrel op het strand van de geschiedenis. Maar acht jaar uit de 30 á 40 jaar die een gemiddeld mens mag werken... dat klinkt toch anders. Als hij het als een plaag zou hebben ervaren, was het vast eerder geëindigd, want zo is Jan ook. U hoort daar nog meer over.

Jan Folkerts heeft zijn draai wel gevonden in gemeenteland. Na een korte loopbaan als journalist studeerde Jan af in de nieuwe geschiedenis en amerikanistiek aan de RU Groningen.

Hij belandde bij het Rijksarchief  Groningen en rondde ook nog even de opleiding hoger archiefambtenaar af. Daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor, want dankzij zijn aanwezigheid ben ik geen archivaris. Ik ben het q.q. wel een tijdje geweest en uit die periode weet ik nog dat de aanwezigheid van een echte archivaris een genot is als de provinciaal inspecteur Jan Dijkstra weer eens even langs komt. Ik prijs mij gelukkig met de kwaliteiten in onze organisatie, want het blijkt zomaar mogelijk dat Rienk Jonker als nieuwe archivaris kan worden benoemd.

Maar, zoals gezegd, Jan had het rijksarchief ontdekt. Na Groningen volgde Overijssel en een korte periode bij de rijksarchiefdienst kwam hij vervolgens in '94 terecht bij de gemeente Zwolle. Nu heb ik ook enig archiefonderzoek gedaan. En dat leert mij dat we uit die periode al heel precies kunnen afleiden hoe Jan in zijn vak stond en wat hij in Leeuwarden zou gaan doen. Zijn Zwolse wapenfeiten werden volgens zijn eigen tekst uit 2000 gekenmerkt door een omslag van gemeentearchief naar Historisch Centrum Overijssel, de bouw van nieuwe publieksruimten, drempelverlagende activiteiten, stijgende bezoekersaantallen, digitalisering en ontsluiting via internet. Ja, zelfs het investeringsbedrag voor de ver- en nieuwbouw in Zwolle komt na omrekening in euro's en toepassing van de bouwkostenindex vrijwel naadloos overeen met het bedrag dat dit prachtige HCL heeft gekost. En toen het historisch centrum Overijssel er door was, vertrok Jan naar Leeuwarden.

Le présent est gros de l'avenir, dat gold in 2000, dus waarom nu niet. Laat ik eens een voorspelling wagen: we weten nu immers dat de fraaie gemeente Littenseradiel zelfstandig wil blijven. Over zes jaar staat in Wommels het nieuwe zelfstandige historisch centrum zuid-west Friesland. Dat bezit een rijke collectie historisch materiaal dat via internet en aansprekende tentoonstellingsruimten publiek wordt gemaakt. ‘Geschiedenis is immers van iedereen', zo pleegt Jan te zeggen. Het gebouw wordt geplaatst voor een krediet van 9,0 mln, dat is het krediet HCL, gecorrigeerd met verwachte prijsstijgingen tot 2014. Dat is een ruim krediet, zodat Jan uit de restjes nog wat nieuwe audiovisuele middelen, nieuw meubilair en een frisse huisstijl kan regelen. Pieter de Groot wordt beschermheer. En daar is hij zo vol van, dat hij vergeet nog langer prikkelende stukjes over het Leeuwarder stadsbestuur te schrijven. Burgemeester Brok is inmiddels verkast van Sneek naar Zwolle, maar als bestuurslid van het nieuwe historisch centrum gaat hij enthousiast fusiebesprekingen aan met Leeuwarden en Tresoir. Het Overijssels model dient als voorbeeld.

D+H, natuurlijk is dit verhaal fictief, maar het zou zo maar kunnen gebeuren. Jan Folkerts is immers een gedreven man. In zijn acht jaren Leeuwarden heeft hij veel bereikt. Dat doet hij met een zekere ingetogen vasthoudendheid. Jan viel ook al direct op omdat hij terstond verhuisde naar Leeuwarden, de Afûk cursus op Skylge doorliep en al snel vloeiend Fries sprak. En daar liet hij zich niet op voorstaan. Hij ging zeer soepel op in het Leeuwarder culturele leven en had al snel een rijk netwerk. Opvallend is ook zijn droge humor, als contrast met zijn soms haast Batavus Droogstoppelachtige uitstraling. Nog net geen British stiff upper lip, maar het komt er dicht bij. In combinatie met zijn welbespraaktheid en lichte hang naar het normatieve, maakt dat van Jan een stevige gesprekspartner in discussies. Deze kant van Jan was ongetwijfeld hetgeen dat één informant voor ogen had toen ik hem vroeg naar zijn relatie met Jan: "Anekdotes? Nee zeker geen anekdotes want die heb ik met hem niet meegemaakt".

Maar het assimileren in Leeuwarden ging zeer goed, want zelfs zijn humor heeft de Leeuwarder scepsis gekregen, zo berichtte een vooraanstaand HCL'er mij. Maar zijn grootste verdienste is toch wel dat hij het gemeentearchief van Leeuwarden anno 2000 heeft gebracht tot het HCL van 2008. En ik verzeker u, dat is een kolossaal verschil. En dan bedoel ik niet alleen de nieuwbouw, de vele tentoonstellingen, activiteiten en samenwerkingsverbanden. Want ook zijn vermogen om de medewerkers te motiveren, verder te komen en enthousiast te maken voor de publieksfunctie van het HCL wordt terecht door velen geroemd.

Jan is ook een uitstekende kritische, onafhankelijke analyticus. Hij neemt niets zomaar aan en kuddegedrag is hem volstrekt vreemd. Passie voor zijn werk, de historie en niet de cultuur-historie, dat komt het eerst. Jan heeft ook een knap talent om aan te voelen wanneer de interne vergader- en regeldruk te groot gaat worden. Dat leidt af van de inhoud en dat ervaart hij als hinderlijk. Hij is overigens graag bereid een paar extra vergaderingen te wijden aan dat thema. Als het maar werkt, nietwaar? Die resultaatgerichte kant heeft Jan ver gebracht, misschien is hij daarin geïnspireerd door de cultuur van New York, waar hij een passie voor heeft ontwikkeld. Jan zal het laveren tussen de eigenstandigheid van het HCL en het onderdeel zijn van de gemeentelijke organisatie als schipperen hebben ervaren. Soms is dat gemeentelijke nest prettig vanwege de voorzieningen en ondersteuning en op andere momenten heeft hij het als beknellend ervaren. Maar zijn gave om tactisch tussen Scylla en Charybdis door te laveren heeft averij voorkomen.

D+H, Leeuwarden gaat een veelzijdige en authentieke directeur van het HCL verliezen. Natuurlijk betreur ik dat, maar ik troost mij met de gedachte dat de geschiedenis ook hier de toekomst goed heeft voorspeld. Het viel te verwachten dat met de voltooiing van het HCL Jans loopbaan weer een, zoals hij zelf zei, haakse bocht zou gaan maken. En laten we eerlijk zijn, Jan is het archiefwezen ook ruimschoots ontstegen. Zijn belangstelling en belezenheid zijn groot en met speels gemak leert hij ook nieuwe talen. Boargemaster Liemburg hat yn boppeslach slein en dat weet ze zelf ook al.

Beste Jan, ik prijs mij er gelukkig mee je straks als collega in de Friese kring te kunnen ontmoeten. Je ontregelende vaardigheden zijn een welkome aanvulling op de ordenende gaven van menig collega. Natuurlijk ga je een ander vak beoefenen. Je zult meer worden aangesproken op bedrijfsvoeringzaken, ook al zit je daar misschien niet direct op te wachten. Maar ik weet ook dat je oog kunt hebben voor de centen, soms tot in detail zo vertelde iemand. Dat is een gewaardeerde eigenschap voor een secretaris. Zeker in Littenseradiel, nu men de strategische keuze voor zelfstandigheid lijkt te maken. Ook laveren zul je daar regelmatig moeten. Zonder kaart is het moeilijk laveren in nieuwe wateren. Daarom wil ik je deze kaart aanreiken. Het is een historische kaart van de grietenij Hennarderadeel. Zoals je ontgetwijfeld al zult weten is dat één van de twee gemeenten waaruit Littenseradiel in de jaren '80 is ontstaan. Het staat je natuurlijk ook vrij om op deze kaart alvast de locatie voor het nieuwe historisch centrum zuid-west Fryslân in te vullen.

Jan, ik wil je mede namens het college van burgemeester en wethouders zeer bedanken voor je inzet en bijdragen aan deze stad. Kijk, dank zij jou is het weer iets mooier geworden!


Het ga je goed in Wommels!

Carel Brugman

Terug