Een kort verhaal van Leeuwarden

Van kustdorp tot landstad: ca.750-1435
Het verhaal van Leeuwarden neemt een aanvang in de achtste eeuw. Het boerendorp op drie terpen aan de Middelzee ontwikkelt zich tot kerkelijk en economisch centrum voor zijn nabije omgeving, maar wordt rond het jaar duizend ook uitvalsbasis voor overzeese handel op Rusland en de Scandinavische landen. In de dertiende eeuw slibt de Middelzee dicht, maar Leeuwarden is dan al tot stad uitgegroeid. De zeehandel krimpt en de jonge landstad moet nu vooral verder als centrum in een regio waar vorsten van veraf en dichtbij hun gezag intussen zijn kwijtgeraakt. Het onafhankelijke stedelijke leven concentreert zich eerst op de beide oostelijke handelsterpen, waar de familie Cammingha een leidende rol vervult. De westelijke terp, waar de oude parochiekerk op staat, komt pas in 1435 onder het stedelijke recht, evenals de in het noordoosten ontwikkelde buurschap Hoek.
Het einde van de vetemaatschappij: 1435-1498
De chaotische vetemaatschappij van het laatmiddeleeuwse Friesland bemoeilijkt de verdere ontwikkeling van de marktstad. De belangen van de stedelijke burgerij botsen met die van de adellijke grondbezitters op het platteland. Toch groeit de stedelijke macht en bereikt in de jaren zeventig en begin jaren tachtig haar hoogtepunt. Leeuwarden bouwt aan een duurzaam samenwerkingsverband met Bolsward, Sneek en Franeker en aan een groeiende bestuurlijke invloed in de omringende dorpen. Het overspeelt echter zijn hand en wordt in 1487 bij het Bieroproer door de adellijke tegenpartij vernederd. Vijf jaar later stelt de stad zich vrijwillig onder de voogdij van het machtige Groningen om zich aan de groeiende chaos te kunnen ontworstelen. In 1498 en volgende jaren vestigt de hertog van Saksen in Friesland tenslotte een nieuw centraal gezag.
Onder het oog van de vorst: 1498-1580
Al spoedig maakt de hertog van Saksen Leeuwarden tot hoofdplaats van zijn Friese gewest. Zijn opvolger Karel V ziet in een gezonde stedelijke macht een natuurlijke bondgenoot in zijn strijd met de om zijn oude rechten vechtende Friese adel en begunstigt Leeuwarden in 1516 met bijzondere voorrechten. De stad groeit bijna onstuimig, sneller dan de meeste steden in het gewest Holland, waar zij zich economisch en cultureel steeds sterker op oriënteert; oostelijke partners als Groningen en de IJsselsteden raken geleidelijk wat uit het zicht. De Opstand tegen Filips II vormt voor stad en platteland een groot gemeenschappelijk doel, maar de tanende macht van de vorst legt ook de belangentegenstelling tussen stad en platteland, tussen Leeuwarden en Friesland, steeds onverbiddelijker bloot.
Machtig of deftig: 1580-1672
Na de afzwering van landsheer Filips II in 1581 wordt de soevereiniteit overal in de Republiek der Verenigde Nederlanden tenslotte opgedragen aan de Staten van elk gewest. Deze laten zich in hun bestuurstaken ondersteunen door de stadhouder, die soms een grote invloed uitoefent. Leeuwarden lijdt in de steeds openlijker machtsstrijd met het Friese gewestelijke bestuur gevoelige verliezen, maar haalt ook enkele slagen binnen, zoals in 1586 de vrijheid om zijn eigen bestuur te kiezen. In 1615 legt de stad het tenslotte af tegen de gewestelijke politieke en economische overmacht én tegen het strategische vernuft van stadhouder Willem Lodewijk. Onder diens opvolgers krijgt haar vooraanstaande maar dienende plek binnen het gewest steeds duidelijker vorm. Leeuwarden groeit voorlopig door in omvang en ook in allure: het beleeft zijn Gouden Eeuw. Rond 1670 is - zoals elders in de Republiek - het plafond in de ontwikkeling zo ongeveer bereikt.
Naar een wijdere horizon: 1672-1798
De groei is eruit, de verhoudingen zijn gestabiliseerd, de welvaart is groot. Maar vooral sinds het midden van de achttiende eeuw ontstaan er scheuren in de zelfgenoegzame wereld. Leeuwardens autonomie wordt geleidelijk steeds verder ondermijnd, onder andere doordat de stadhouder het zijn eigen bestuurskeuze afneemt. Onder invloed van de Verlichtingsideeën en de Amerikaanse en Franse revoluties komen ook alle andere traditionele machtsposities geleidelijk op losse schroeven te staan. Met de Bataafse omwenteling van 1795 grijpen nieuwe groeperingen tenslotte de macht. In de stad worden de messen scherp geslepen en streeft men naar een bovengewestelijke eenheidsstaat, waaraan Friesland zijn soevereiniteit zal moeten afstaan. In 1798 wordt die Bataafse (Nederlandse) staat inderdaad gegrondvest, wat betekent dat de meest fundamentele politieke beslissingen in het vervolg in Den Haag genomen gaan worden, ver van Leeuwarden vandaan.
Nabloei en onmacht: 1798-1895
De volgende halve eeuw houden Friesland en Leeuwarden - dank zij hun agrarische economie - een behoorlijke levensstandaard overeind. Doordat een aantal Hollandse steden verkommert, klimt Leeuwarden nog in 1850 op tot in omvang de negende Nederlandse stad. Maar hierna verleggen de nationale economische activiteiten zich - aangejaagd door de industriële revolutie in het Ruhrgebied - naar het zuiden en raakt Leeuwarden de aansluiting kwijt. Als in 1878 de Grote Landbouwcrisis toeslaat, wankelt het eeuwenoude fundament onder de Friese welvaart. In Leeuwarden zal de financiële dienstverlening zich tenslotte tot het belangrijkste kerngebied van zijn economie ontwikkelen. De traditionele standenmaatschappij maakt plaats voor de verzuilde samenleving van de diverse nieuwe emancipatiebewegingen: van gereformeerden, katholieken en niet-kerkgebonden werklieden.
Het stempel van de sociaal-democratie: 1895-1960
De grote agrarische crisis is voorbij, de stad krabbelt weer overeind. Leeuwarden doet binnen het geheel van de nationale economie een paar passen terug: in 1900 is het in omvang in Nederland de veertiende stad. Een deel van de maatschappelijke elite emigreert, de stad blijft armer achter. De sociaal-democratische zuil neemt met de invoering van het algemeen kiesrecht tenslotte het voortouw, maar moet functioneren in een overwegend christen-democratisch gewest. De eeuwenoude wrijving tussen stedelijke en plattelandse belangen zet zich zo in een nieuwe gedaante voort. De Tweede Wereldoorlog grijpt - als overal - diep in de beleving van het dagelijkse bestaan in. Daarna worden de vaste levenspatronen van vóór de oorlog weer zoveel mogelijk gerestaureerd.
Naar een nieuw perspectief: 1960-nu
Sinds 1960 groeit de wereldeconomie en raken de bestuurders in de greep van de moderniteit. Verpauperde woonbuurten moeten tegen de grond en de binnenstad moet als centrum van bedrijvigheid worden opengebroken voor het gemotoriseerde verkeer. De meeste plannen stuiten af op maatschappelijk verzet van met name de jeugd. Maar ook de uittocht van veel Leeuwarders naar de ruimer gebouwde forensendorpen in de omgeving bedreigt de stedelijke vitaliteit. Wél houden de meeste emigranten in de stad hun werk. Ondersteuning door het Rijk van de traditionele diensteneconomie - bijvoorbeeld door de vestiging van het girokantoor - maakt van Leeuwarden een steeds belangrijker centrum van werkgelegenheid. Ook de groei sinds de jaren negentig van het aantal studenten in het hoger beroepsonderwijs geeft de stad weer een levendiger en opener aanzien. Leefbaarheid en cultuur worden steeds meer ook als economische factoren gezien; voor de historische stad Leeuwarden een nieuw perspectief?
Leeuwarden in enkele jaartallen:
|
734 |
Karel Martel verovert Friesland; eerste kerstening |
|
ca.750 |
bewoning terpen Nijehove en Minnema |
|
ca.875 |
stichting parochiekerk (St.Vitus) op terp Oldehove |
|
ca.950 |
ontstaan Grote Hoogstraat (handelsbuurt op Minnematerp) |
|
ca.1030 |
markt, munt en tol |
|
ca.1175 |
opkomst familie Cammingha; stichting parochiekerk (O.L.Vrouw) op terp Nijehove |
|
ca.1230-1290 |
dichtslibbing en inpoldering Middelzee bij Leeuwarden |
|
1245 |
Stichting Dominicanenklooster |
|
na 1300 |
eerste omgrachting |
|
1392 |
grote brand in het noordoosten, rond het Dominicanenklooster |
|
1435 |
buurschappen Oldehove en Hoek onder Leeuwarder stadsrecht |
|
1456 |
uitbreiding stedelijk rechtsgebied naar het zuiden |
|
1477-87 |
grote invloed van de gewone burgerij in het stadsbestuur |
|
1482-87 |
stedenbond met Bolsward, Sneek, later ook Franeker |
|
1487 |
Bieroproer |
|
1492 |
onder Groninger voogdij |
|
1494 |
eerste stedelijke omwalling voltooid |
|
1498 |
Friesland onder centraal gezag |
|
1499 |
bouw van het Blokhuis |
|
1504 |
hoofdstad van Friesland |
|
1511 |
grote brand in het westen, nabij de Oldehove |
|
1516 |
privileges van Karel V |
|
1529 |
start bouw nieuwe kerk en toren van Oldehove |
|
ca.1540 |
bouw Nieuwe Toren in de Grote Hoogstraat |
|
1566 |
geen Beeldenstorm, maar stille Reformatie |
|
1569 |
aanstelling Cunerus Petri tot bisschop van Leeuwarden |
|
1578 |
kleine beeldenstorm |
|
1580 |
verovering van het Blokhuis; Hervorming |
|
1581 |
afzwering van Filips II |
|
1585 |
Friese Hogeschool gevestigd in Franeker |
|
1586 |
eigen bestuurskeuze |
|
1596 |
nieuwe waag |
|
1610 |
Mastoproer |
|
1616 |
de stadhouder kiest eenmalig het nieuwe stadsbestuur |
|
1646-62 |
trekwegen naar Harlingen, Dokkum, Bolsward en Sneek |
|
1657 |
nieuwe organisatie van het stadsbestuur |
|
1672 |
Munsterse troepen bij Heerenveen |
|
1680 |
aanleg van een vaste straatverlichting |
|
1715 |
nieuwbouw van een voornaam stadhuis |
|
1747 |
vertrek van de stadhouder met zijn hofhouding naar Den Haag |
|
1748 |
Pachtersoproer en Doelistenbeweging; verlies van vrije bestuurskeuze |
|
1760-61 |
weelderige uitbreiding stadhuis |
|
1780-87 |
Patriottenbeweging |
|
1795-96 |
Bataafse revolutie; radicaal unitarisch bewind |
|
1798 |
eerste nationale grondwet (‘Staatsregeling') |
|
1805 |
nationaal belastingstelsel |
|
1813/15 |
Koninkrijk der Nederlanden |
|
1817 e.v. |
planologische modernisering: fatsoenering en ontmanteling |
|
1827-42 |
aansluiting op regionaal en nationaal wegennet |
|
1847 |
Broodoproer |
|
1851 |
Gemeentewet |
|
1860 |
Algemeene Friesche Levensverzekering Maatschappij (nu AEGON) |
|
1863-68 |
treinverbindingen met Harlingen, Groningen en Zwolle |
|
1869 |
Provinciale Friesche Werklieden-Vereeniging |
|
1884 |
afbraak Nieuwe Toren; bouw R.K. Bonifatiustoren |
|
1897 |
Sociaal-democratische Arbeiders Partij (SDAP) |
|
1900 |
Leeuwarder Bestuurders Bond |
|
1901 |
Woningwet |
|
1909 |
eerste Elfstedentocht |
|
1913 |
Coöperatieve Condensfabriek Friesland |
|
1917 |
voetbalvereniging ‘Leeuwarden' |
|
1919 |
SDAP verovert en behoudt de helft van de raadszetels |
|
1938 |
Vliegveld Leeuwarden |
|
1940-45 |
Tweede Wereldoorlog |
|
1944 |
annexatie van de dorpen Huizum, Goutum, Teerns, Hempens, Swichum, Wirdum, Wytgaard, Lekkum en Miedum; Overval op het Huis van Bewaring |
|
ca.1960e.v. |
uitbreiding van de stad buiten de rondweg |
|
1964 |
Sportclub Cambuur |
|
1965e.v. |
Jongerendemonstraties |
|
1969-80 |
renovatie Transvaalwijk |
|
1975 |
vestiging girokantoor |
|
1985 |
uitbreiding AEGON-vestiging |
|
1989 |
Herenakkoord |
|
2005 |
referendum Zaailand |
