Burgerboeken > Bepalingen 1803
Burgers zullen zijn alle de kinderen van Burgers geboren, als meede die, welke het Burgerrecht hebben gewonnen, en zullen dezelve als zodanig admissibel zijn tot de uitoeffening van alle Neeringen en Handteringen, Fabrieken en Trafieken.
Iemand, die genegen is het Burgerrecht te winnen, zal daartoe Request moeten praesenteeren aan het Gemeente Bestuur, waar op als dan zal worden verleend Commissie tot onderzoek, en na gedaan rapport verder zodanig gedisponeert, als verstaan zal worden te behoren.
Niemand zal tot Burger worden aangenomen, ten zij door genoegzaam bewijs blijke, dat hij/zij van een goed leven en wandel, en alvorens in handen van den President van het Gemeente Bestuur zal hebben gepresteerd navolgende Eed: Ik belove en zweere, dat ik de Regering van deeze Stad getrouw zal zijn, de Stads previlegiën en der Burgeren Rechten naar vermogen helpen beschermen, en mij, in alle zaaken zoo als een goed Burger betaamd zal gedragen.
Geene van buiten de stad inkomende, of alhier geen vijf jaaren gewoond hebbende, zullen tot Burger mogen worden aangenomen, ten zij blijke, dat genoegzaam begoedigt zijn, of door hun, voor hunne admissie voldoende borg voor deszelfs onderhoud gesteld zal zijn.
Voor het bekomen van het Burgerrecht zal, bij het winnen van het zelve, ten profijte van de Stad, worden betaald vijf en twintig Guldens en Drie Guldens Jura.
Het verkregen Burgerrecht zal vererven op de wettige kinderen na het winnen van het zelve gebooren, des gedagte kinderen zich, voor dat den ouderdom van vijf en twintig jaaren zullen hebben bereikt, in het Register laaten aantekenen, met overlegging van behoorlijk bewijs van het Burgerrecht hunner ouderen.
Iemand, bij het winnen van het Burgerrecht kinderen hebbende, die hij begeerde daarin begrepen te hebben, zal zulks kunnen verkrijgen, mits betalende voor ieder kind twaalf guldens en tien stuivers aan de stad, zonder eenige Jura deswegens verschuldigt te zijn.
Iemand, met een Burgers dochter trouwende, of weduwe Burgeresse zijnde, zal, onder betalinge van de helft der vooren bepaald Burgergeld, het Burgerrecht kunnen bekomen, mits betalende de Jura daartoe staande.
Vrouwen zullen, om de Burger voorrechten van Neering en Handteering enz. te bekomen, even als de Mannen het Burgerrecht mogen winnen en moeten verzoeken tot Burgeressen aangenomen te mogen worden onder betaling als vooren.
De weduwen van Burgers, schoon zelve geen Burgeressen zijn, zullen echter het zelfde recht, in het stuk van Neering en Handteering etc. Genieten, als haare wijlen Mans genoten hebben.
Een Burger zal zijn, of Burgeresse haar Burgerrecht hebben verloren, wanneer een jaar lang buiten deeze Stad en deszelfs Jurisdictie heeft gewoond, zonder eene vaste woning in deeze Stad te houden en de Burger lasten te betaalen, en allen die in Rechten voor eerloos worden gehouden.
Een geboren Burger zijn, of Burgeresse haar Burgerrecht, door het met er woon verlaten van deeze Stad verloren hebbende, zal echter het zelve direct en van zelfs weder bekomen, zoo dra dezelve weder met er woon in deeze Stad terug gekeerd zal zijn.
Wijders worden alle Burgers, die hun Burgerrecht verkiezen te behouden, bij deezen opgeroepen, om zig van stonden aan, op den Raadhuize deezer Steede aan te geeven ten einde aldaar in een daar toe aangelegd Register te worden aangeteekend, waar toe tot primo Januarij 1804 alle maandagen, van 's morgens 10 uur tot 12 uuren eene Commissie uit het Gemeente Bestuur zal vaceeren, gelijk als dan eene nieuwe acte van hun Burgerschap aan de zelve zal worden afgegeeven.
En op dat niemand hier van onkundig zij, zal deeze worden gepubliceerd, ter plaatze vaar men gewoon is zulks te doen.
Gedaan op den Raadhuize binnen Leeuwarden den 9 November 1803.